Centrum voor Gerechtelijke Geneeskunde


Gerechtelijke activiteiten onder één koepel

Het hoofdstuk gerechtelijke geneeskunde in het UZA begint in 1993 met de oprichting van het Universitair Forensisch Centrum (UFC), dat actief is in het domein van de gerechtelijke psychiatrie. In 1999 wordt gestart met gerechtelijke autopsies, en in 2002 komt daar het gerechtelijk DNA-onderzoek bij.
Dit voorjaar werd het Centrum voor Gerechtelijke Geneeskunde in het leven geroepen, dat de drie activiteiten onder één koepel verenigt.
'Voordeel is dat de verschillende disciplines nu aan elkaar gekoppeld zijn. Vroeger gebeurde het dat we met eenzelfde zaak bezig waren, maar dat de een niet wist wat de ander aan het doen was', zegt prof. dr. Jacobs, medisch coördinator van het Centrum voor Gerechtelijke Geneeskunde, en hoofd van het gedeelte forensische pathologie en het DNA-onderzoek.

Forensische pathologie

Gerechtelijke autopsies

Het luik forensische pathologie omvat om te beginnen de gerechtelijke autopsies. Het UZA voert de forensische lijkschouwingen uit voor de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Turnhout, Mechelen en Hasselt, en stelt een wetsdokter ter beschikking voor het Parket van Brussel.

Onderzoek levende slachtoffers

Daarnaast wint vooral het onderzoek van levende slachtoffers van geweldpleging sterk aan belang: vroeger maakte deze activiteit maar twintig procent van de opdrachten uit, vandaag zowat de helft.
In dat kader werkt de forensische pathologie sinds enige tijd nauwer samen met de dienst spoedgevallen. Niet toevallig verhuisde Jacobs' kantoor naar daar.
'We willen komen tot zogenaamde forensic emergency medicine (forensische urgentiegeneeskunde, red.)', legt Jacobs uit. 'Slachtoffers van geweld komen vaak via de spoeddienst binnen. Het is belangrijk dat er op dat moment meteen een wetsdokter wordt gecontacteerd, die de eerste vaststellingen doet. Wij kunnen desnoods een schot- of steekwonde analyseren terwijl een reanimatie nog aan de gang is. Is de wonde eenmaal verzorgd, dan zijn er soms al belangrijke sporen verdwenen. Het verplegend personeel moet op dat vlak weten wat kan en niet kan. Stel dat de ziekenwagen op de plaats van een misdaad of verdacht overlijden aankomt en er moeten zaken verplaatst worden, dan moet dat op zijn minst genoteerd worden.'
Spoedverpleegkundigen kunnen ook nuttige informatie geven over de initiële toestand van een slachtoffer. Als een baby met sporen van mishandeling wordt binnengebracht, zijn foto's van de uiterlijke kwetsuren, medische beelden, bloednames én het oorspronkelijke verhaal van de ouders van grote waarde voor het onderzoek.
Sinds 2005 wordt er samengewerkt met het Stedelijk Ziekenhuis van Aalst (ASZ). Dr. Marc De Leeuw, wetsdokter en diensthoofd spoedgevallen in het ASZ, is als consulent geneesheer verbonden aan het UZA.
'In eerste instantie hebben wij onze kennis en ervaring aan het ASZ ter beschikking gesteld', verduidelijkt Jacobs. 'Met onze hulp is ook daar de samenwerking tussen gerechtelijke geneeskunde en de spoedgevallendienst verder ontwikkeld. Omgekeerd betekent dr. De Leeuw voor ons een belangrijke meerwaarde wat het onderzoek van levende slachtoffers betreft.' Op dit moment loopt er een nieuw project.
'In het licht van de verdere ontwikkeling van de forensische urgentiegeneeskunde zijn we momenteel bezig met een grote studie naar het shaken babysyndroom, waarbij we van het Parket-Generaal van Antwerpen en Gent toestemming kregen om de gerechtelijke en medische dossiers van alle vermeende gevallen van dit syndroom te bestuderen', aldus Jacobs.

Medewerkers

Binnen de afdeling forensische pathologie werken verder nog twee forensische pathologen, dr. Chistel De Meyere en dr. Evy De Boosere, een forensisch antropoloog, drs. Marit Vandenbruaene, en een forensisch tandarts, Christl Verbiest.

DNA-onderzoek

Het UZA voert sinds 2002 gerechtelijke DNA-analyses uit. Dat gebeurt onder leiding van prof. dr. Werner Jacobs. Forensisch geneticus dr. Els Jehaes en dr. Steven Rand zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse werking van het DNA-laboratorium.
Een belangrijke taak is het analyseren van DNA-stalen in het kader van een misdaad als verkrachting of moord. Daarnaast worden ook DNA-profielen van veroordeelde criminelen bepaald, zodat die toegevoegd kunnen worden aan de nationale DNA-databank.
Het DNA-laboratorium biedt ook verwantschapsonderzoek aan, in de praktijk meestal vaderschapsonderzoek. Zowel privé-personen als het gerecht kunnen een aanvraag indienen. Redenen voor het onderzoek kunnen bijvoorbeeld een echtscheiding of een aanvraag om een verblijfsvergunning zijn.
Behalve Jacobs, Jehaes en Rand werkt in het labo nog een geneesheer gespecialiseerd in verwantschapsonderzoek, dr. Gerd Mertens. Dr. Apr. Kristien Van Brussel is verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole.

Lees verder:
Forensisch centrum: opsporen van misdaad
Gerechtelijke autopsies en DNA-onderzoek in nieuw forensisch centrum
Klinische en gerechtelijke autopsies: wat is het verschil?

Universitair Forensisch Centrum


Slachtoffers van seksuele misdrijven moet je helpen, de daders straffen. Zo wil de publieke opinie het. Het idee dat je daders ook kunt en moet behandelen, is niet populair. Toch is dit een belangrijke activiteit van het in 1993 opgerichte Universitair Forensisch Centrum (UFC), dat sinds april 2006 deel uitmaakt van het Centrum voor Gerechtelijke Geneeskunde.Het uitgebreide takenpakket van het centrum situeert zich op het raakvlak tussen psychiatrie en gerecht.
'Om te beginnen verleent het UFC psychiatrisch advies op vraag van het gerecht', zegt prof. dr. Paul Cosyns, diensthoofd psychiatrie in het UZA en directeur van het UFC. 'We spreken dan zowel over burgerlijke zaken als over strafrecht. De vraag kan bijvoorbeeld zijn of een verkeersslachtoffer psychische gevolgen van het ongeval draagt, of in hoever een arbeider die jarenlang aan giftige dissolvanten is blootgesteld, daar een geheugenstoornis of andere neuropsychische problemen aan overgehouden heeft. Ook wordt regelmatig ons advies gevraagd in verband met een mogelijke vervroegde vrijlating van seksuele misbruikers.'
Een tweede luik is de behandeling van daders van seksueel misbruik. 'In 2005 vonden er 922 consultaties plaats. Een kleine 66 procent van deze mensen werden naar ons gestuurd door gerechtelijke instanties. Zo'n 25 procent kwam vanuit het hulpverleningscircuit en nog eens negen procent op eigen initiatief. Meestal duurt de behandeling twee tot vijf jaar', verduidelijkt Cosyns.
Het UFC is voor de behandeling van seksuele misbruikers referentiecentrum voor Vlaanderen. Dat betekent dat het niet alleen zelf daders behandelt, maar ook ondersteuning biedt aan andere instellingen en centra die met de problematiek bezig zijn. Hulpverleners kunnen bijvoorbeeld met vragen bij het UFC terecht of kunnen gebruik maken van het documentatiecentrum op de website van het UFC.
Behalve Cosyns werken in het UFC een psychiater, vier psychologen, een criminoloog en een secretariaatsmedewerker.

Bron: maguza.be