'Ook in een coronacrisis horen patiënten aan het roer te staan'

Hoe heeft het UZA de voorbije maanden de coronacrisis getrotseerd? Wat weten we intussen over het virus en welke lessen trekken we uit de voorbije periode? Begin juli, vlak voor het virus lokaal heropflakkerde, staken we ons licht op bij medisch directeur prof. dr. Guy Hans en microbioloog prof. dr. Herman Goossens.

Hoe heeft het UZA de voorbije maanden de coronacrisis getrotseerd? Wat weten we intussen over het virus en welke lessen trekken we uit de voorbije periode? Begin juli, vlak voor het virus lokaal heropflakkerde, staken we ons licht op bij medisch directeur prof. dr. Guy Hans en microbioloog prof. dr. Herman Goossens.


‘Toen we begin januari onrustwekkende berichten uit China kregen, had niemand verwacht dat de coronacrisis zulke proporties zou krijgen’, zegt medisch directeur prof. dr. Guy Hans. ‘Toch hadden we al meteen een werkgroep opgericht met medisch, paramedisch en ondersteunend personeel. Begin februari kwam die crisiscel op kruissnelheid: elke dag kwamen we samen om maatregelen te bespreken en bij te sturen.’ 

Slopende weken

De maandag na de krokusvakantie – 22 februari – bleek dat veel mensen getest wilden worden, wat de toestroom naar de spoedafdeling stremde. Twee containers hadden we eerder al omgetoverd in screeningunits. Voor vermoedelijk besmette patiënten werd een aparte transitafdeling ingericht. Besmette patiënten kwamen in covid-afdelingen terecht. Op intensieve zorgen werd de capaciteit met 24 bedden uitgebreid, tot 69 bedden, zodat niet-covid-gerelateerde dringende ingrepen niet in het gedrang kwamen. Vanaf 4 mei werden de vier covid-afdelingen afgebouwd en gingen de gewone consultaties, ingrepen en opnames voorzichtig weer van start. 

Had het UZA te kampen met tekorten? ‘Voor infuuspompen, ventilatoren en ander technisch materiaal hebben we nooit problemen gehad’, zegt Hans. ‘We hadden ook vrij grote voorraden beschermingsmateriaal, die we strikt opvolgden. Al snel zetten we systemen op om schorten te desinfecteren, zodat we ze konden hergebruiken.’ 

‘Voor alle medewerkers waren het slopende weken. De golf van solidariteit uit de hele samenleving deed dan ook veel deugd – bedrijven en verenigingen boden hulp en materiaal, vrijwilligers meldden zich spontaan aan … De inzet en de flexibiliteit van alle UZA-medewerkers kan ik niet genoeg bewieroken. Mensen stegen boven zichzelf uit – hoe de afdeling orthopedie in één weekend werd omgevormd in een covid-afdeling, dat was grandioos. We hebben er wel over gewaakt dat medewerkers tijdig op adem konden komen. Alle psychologen vormden één ondersteuningsteam en wie wilde kreeg bij een centraal telefoonnummer een luisterend oor.’ 

Goed ventileren wordt belangrijk

Intussen zijn we begin augustus.‘In de VS en in Brazilië neemt het aantal overlijdens dramatische proporties aan. In Europa leken de meeste landen de situatie enigszins onder controle te krijgen’, zegt microbioloog prof. dr. Herman Goossens. ‘Het leek er even op dat zich ’s zomers ook minder infecties zouden voordoen – maar toch bleek een heropflakkering niet te vermijden.’ 

Ruim een half jaar nadat het virus opdook, is er nog geen consensus over de verspreiding ervan. ‘Aanvankelijk dachten we vooral aan grote druppels van 50 micrometer en meer die neervallen binnen anderhalve meter – vandaar ook de sociale afstandsregels. Zulke grote druppels komen vrij bij niezen en hoesten. Intussen denken we dat ook fijnere druppeltjes van minder dan 5 micrometer een rol spelen. Buiten of in goed geventileerde ruimtes verdwijnt zo’n druppeltjeswolk snel, maar in gesloten ruimtes niet – denk aan bars waar mensen roepen en zingen. Daar kan zo’n wolk makkelijk veel mensen besmetten.’

Heeft dat inzicht gevolgen voor de preventie? ‘Afstand houden alleen volstaat niet. In afgesloten ruimtes met veel mensen draag je beter een mondkapje. En kantoren, scholen en woningen moeten we goed ventileren.’ Ook over de rol die kinderen bij de verspreiding, is nog geen consensus. ‘We denken dat ze geen motor zijn van de epidemie, maar we kunnen niet uitsluiten dat kinderen zonder symptomen besmettelijk zijn. Toch blijven we ervoor pleiten om scholen niet te sluiten, al bestaat een nulrisico helaas niet.’

Politici worden wetenschappers

Hoe vallen opflakkeringen te vermijden? ‘Landen zoals Taiwan, Zuid-Korea of Singapore testen heel veel en isoleren besmette personen en hun contacten. Dat werkt heel goed. Wij zouden daar ook op moeten inzetten, maar optimistisch ben ik niet. Eigenlijk botsen we op de limieten van onze westerse cultuur. Contactapps installeren en onze privacy opgeven zien te veel mensen nog niet zitten, en ons door de overheid verplicht in quarantaine laten zetten al zeker niet. Hopelijk verandert die mentaliteit.’ 

Hoe dan ook: een nieuwe lockdown van ons land zou zou nefast zijn, zowel economisch als sociaal, zegt Goossens. ‘Omdat we een relatief normaal leven willen leiden, versoepelen we sommige maatregelen, maar dan moeten we ook aanvaarden dat het virus laaggradig blijft circuleren. Onze politici tasten naar het juiste evenwicht. Zonder het te beseffen zijn ze zelf ook wetenschappers: ze experimenteren met versoepelingen en sturen zo nodig bij. Dat is geen kritiek – experimenteren en kijken wat het oplevert is het enige wat je kunt doen.’ 

Lessen uit de crisis

Ook voor de gezondheidszorg zou een nieuwe lockdown zware gevolgen hebben, zegt Hans. ‘Veel patiënten stelden tijdens de lockdown ingrepen en behandelingen uit. Na de heropstart was het dan ook een prioriteit om het vertrouwen weer op te bouwen. Elke patiënt wordt vooraf thuis gescreend. Als het virus weer zou opflakkeren, werken we met dubbele patiëntenstromen, zodat we covid-patiënten afgescheiden houden. En als we weer covid-afdelingen moeten inrichten, willen we die centraliseren.’

Uit de coronacrisis vallen belangrijke lessen te trekken, vindt Hans. ‘We moeten veel meer samenwerken. We zouden draaiboeken voor een brede regio moeten afspreken, samen met huisartsen, woonzorgcentra en andere gezondheidsinstellingen. Ook strategische voorraden van beschermingsmateriaal en geneesmiddelen moeten we samen aanleggen. En we moeten blijven inzetten op desinfectie van schorten, zodat we zelfvoorzienend worden.’ 

‘Ook pleit ik al langer voor een lerend gezondheidssysteem, waarin patiënten zelf mee aan het roer staan. Denk aan een digitaal platform waarop patiënten met symptomen zich kunnen melden voor een eerste screening. Naargelang de ernstgraad worden ze in contact gebracht met hun huisarts of kunnen zich meteen laten testen. Zo’n platform kan al heel vroeg lokale virusopstoten detecteren. Tegelijk zou het patiënten thuis kunnen monitoren, digitaal of met dagelijkse telefoontjes, om te checken of ze zichzelf wel isoleren, om hun toestand op te volgen en snel in te grijpen als ze achteruitgaan … Zo’n systeem zou niet alleen voor corona nuttig zijn, maar ook voor mazelen of de klassieke griep. We blijven vragende partij om het in onze regio uit te proberen.’

Wie is immuun?
Veel mensen die de voorbije maanden milde symptomen hebben gehad, willen graag weten of ze al dan niet corona hebben doorgemaakt en laten daarom antistoffen in het bloed bepalen. ‘Eigenlijk is dat weinig zinvol’, zegt prof. dr. Herman Goossens. ‘Die antistoffen verdwijnen snel en zijn misschien niet eens een goede merker voor immuniteit. Recent toonden verschillende studies aan dat sommige ex-patiënten geen antilichamen meer in het bloed hebben, maar toch T-cellen hadden aangemaakt die op het virus reageren. Alleen is het erg lastig om mensen op zulke T-cellen te testen. Daarom is het moeilijk te bepalen welk percentage van de bevolking al immuniteit heeft opgebouwd. Dat veel patiënten een duidelijke T-celrespons vertonen is in elk geval veelbelovend voor het opbouwen van groepsimmuniteit. Het is ook goed nieuws voor de makers van vaccins, omdat T-cellen misschien effectiever zijn voor immuniteit op lange termijn.’

 

 

 

 

magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.