Lokale zenuwpijn: Pelican-studie vergelijkt behandelingen

Naar schatting 6 tot 8 procent van de volwassenen heeft last van zenuwpijn. Die wordt meestal behandeld met orale medicatie. Het UZA trekt nu een vergelijkende studie om te onderzoeken of huidpleisters bij lokale zenuwpijn even goed werken. ‘We willen vooral nagaan of ze ook de levenskwaliteit van de patiënt verbeteren’, zegt prof. dr. Guy Hans.

Naar schatting 6 tot 8 procent van de volwassenen heeft last van zenuwpijn. Die wordt meestal behandeld met orale medicatie. Het UZA trekt nu een vergelijkende studie om te onderzoeken of huidpleisters bij lokale zenuwpijn even goed werken. ‘We willen vooral nagaan of ze ook de levenskwaliteit van de patiënt verbeteren’, zegt prof. dr. Guy Hans.

Zenuwpijn of neuropathische pijn ontstaat doordat een of meer zenuwen beschadigd of bekneld raken – door een val, maar bijvoorbeeld ook door een chirurgische ingreep of radiotherapie. Patiënten hebben last van pijnscheuten, prikkelingen of een branderig pijngevoel. Vaak slapen ze heel slecht, functioneren ze minder goed op het werk of hebben ze last van gemoedsstoornissen. Prof. dr. Guy Hans, coördinator van het multidisciplinair pijncentrum van het UZA: ‘Een duidelijke oorzaak voor de zenuwpijn is er niet altijd. Ook als de zenuw niet blijvend is aangetast, kan hij toch abnormaal blijven reageren. Denk bijvoorbeeld aan gordelroos (zona), een virale infectie die de gevoelszenuwen aantast: de infectie gaat na een paar weken over, maar patiënten kunnen nog jaren later met pijn blijven zitten.’

Niet groter dan A4’tje

Zenuwpijn is moeilijk te behandelen. Gewone pijnstillers werken maar beperkt. Standaard wordt zenuwpijn behandeld met orale medicatie die inwerkt op het zenuwstelsel. Die zogenoemde systemische medicatie komt in de bloedbaan terecht en heeft effecten op het hele lichaam. Een flink deel van de patiënten voelt zich daarmee niet geholpen: soms duurt het lang voor de medicijnen werken, soms werkt het voorgeschreven middel niet en moet de arts andere geneesmiddelen proberen, soms verdragen ze de bijwerkingen niet. 

‘Recent zijn we twee types zenuwpijn gaan onderscheiden’, zegt prof. dr. Guy Hans, die zelf betrokken was bij het tot stand komen van de nieuwe definiëring van deze types zenuwpijn. ‘Bij het ene type zijn de zenuwen op meerdere plaatsen in het lichaam aangedaan. Denk aan de zenuwpijn die samenhangt met diabetes: gaandeweg worden alle zenuwen in beide benen aangetast, te beginnen bij de kleinste zenuwen in de tenen. Bij het tweede type blijft de zenuwpijn beperkt tot één huidzone die overeenstemt met de aangedane zenuw. Die pijnlijke huidzone is duidelijk afgebakend en niet groter dan een A4’tje. In dat geval hebben we het over gelokaliseerde neuropathie (LNP) of lokale zenuwpijn. Van de patiënten met zenuwpijn valt 50 tot 60 procent onder dat type.’

Peper op de huid

Het onderscheid is belangrijk voor de behandeling. Bij lokale zenuwpijn bestaan er namelijk alternatieven voor de standaardmedicatie. Prof. dr. Guy Hans: ‘We kunnen op de pijnlijke huidzone een pleister aanbrengen met lidocaïne of capsaïcine. Die pleisters kunnen op zichzelf worden gebruikt of worden gecombineerd met veel lagere dosissen van de standaardmedicatie. Die alternatieve behandeling heeft dus geen of veel kleinere bijwerkingen – en zou de patiënt een betere levenskwaliteit moeten bieden.’

De pleister met lidocaïne kan de patiënt gemakkelijk zelf op de pijnlijke huidzone aanbrengen: hij mag 12 uur per dag blijven zitten. De behandeling met capsaïcine – een synthetische variant van het bestanddeel van Spaanse pepers – gebeurt in het dagziekenhuis: een uur lang geeft de huidpleister op de pijnlijke zone een hoge dosis capsaïcine af. Als de behandeling aanslaat, geeft ze tot 12 weken pijnverlichting en kan ze zo nodig om de drie maanden worden herhaald.

 Veel wetenschappelijk onderzoek over de effectiviteit van de behandeling met pleisters is er nog niet. Daarom heeft het UZA met andere Belgische pijncentra een vergelijkende studie opgezet. In de Pelican-studie, waarvan prof. dr. Guy Hans hoofdonderzoeker is, worden drie geneesmiddelen met elkaar vergeleken: een oraal systemisch middel, een pleister met lidocaïne en een pleister met capsaïcine. ‘We willen nagaan of de pleisters de pijn even goed en even snel verlichten, of de patiënten ze beter verdragen en – vooral – of ze een hogere levenskwaliteit ervaren.’

Info: Multidisciplinair Pijncentrum UZA, T 03 821 47 37, pijncentrum@uza.be, www.uza.be/pelican


Deelnemen aan de Pelican-studie?

Ben je ouder dan 18, heb je last van lokale zenuwpijn en wil je eventueel deelnemen aan de Pelican-studie? Dat kan. De studie neemt ongeveer zes maanden in beslag en van jou wordt verwacht dat je in die periode zeven keer naar het ziekenhuis komt. Hou er wel rekening mee dat het om een gerandomiseerde studie gaat: de deelnemers worden verdeeld in drie groepen en je weet vooraf niet of je uiteindelijk een pleister met lidocaïne, een pleister met capsaïcine of een systemische behandeling zult krijgen.
 
Info: www.uza.be/pelican of T 03 821 47 37

magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.