Diabetes de baas dankzij educatie

Een gewoon leven leiden met diabetes kan perfect, maar je moet weten hoe. Hoe vermijd je een te lage suikerspiegel? Wat doen als je gaat sporten? Hoe voorkom je complicaties? Educatie vormt dan ook dé hoeksteen van de behandeling. Een gesprek met het diabeteseducatieteam van het UZA.

Een gewoon leven leiden met diabetes kan perfect, maar je moet weten hoe. Hoe vermijd je een te lage suikerspiegel? Wat doen als je gaat sporten? Hoe voorkom je complicaties? Educatie vormt dan ook dé hoeksteen van de behandeling. Een gesprek met het diabeteseducatieteam van het UZA.

Diabetes en lichaamsbeweging, Voeten - preventieve verzorging, Zwangerschap en diabetes, Diabetes & vakantie, Lifestyle tips voor tieners met diabetes... Aan de reeks folders en brochures op de diabetesafdeling van het UZA lijkt geen einde te komen. Diabetes is dan ook een aandoening die zijn weerslag heeft op zowat alle aspecten van het dagelijks leven. Net daarom is het zo belangrijk dat patiënten na de diagnose niet met een routinepraatje naar huis worden gestuurd. Alles staat of valt met goede educatie.

Binnen de dienst endocrinologie en diabetologie, geleid door prof. dr. Luc Van Gaal, coördineert Nancy Bolsens sinds vorig jaar de diabeteseducatie. Zij en haar collega’s Kristin De Backer, Mieke Hoes, Davina Jacobson en Jan Vanelven vormen samen het team van educatoren. Alle patiënten die minstens twee keer per dag insuline moeten spuiten, krijgen gratis individuele begeleiding. ‘Veel patiënten worden bij het begin van hun behandeling enkele dagen opgenomen’, zegt Nancy. ‘De diabeteseducator gaat dan meermaals langs om uitleg te geven. Wat is diabetes? Wat gebeurt er als je suiker te hoog of te laag staat? Hoe doe je aan zelfcontrole? Wat als je ziek bent? En wat op vakantie? De verpleegkundigen van de afdeling dragen hun steentje bij, voor zover werkbelasting en tijdsdruk dat toelaten. Er wordt een vast educatieschema afgewerkt.’

Kunt u het nog eens uitleggen?

Nancy weet hoe belangrijk het is om verschillende keren bij de patiënt langs te gaan. ‘Goede patiënteneducatie vraagt tijd. De eerste keer zijn mensen overdonderd. Als je het bij die ene sessie laat, onthouden ze misschien tien procent. Het komt erop aan zaken te herhalen en voort te bouwen op wat de patiënt van de vorige gesprekken heeft onthouden. Je moet ook aanvoelen hoeveel informatie iemand wil en aankan. Mensen die nog werken en volop reizen en sporten, hebben heel veel vragen. Er zijn er ook die genoeg hebben aan basisinformatie.’

Patiënten die thuis vragen hebben, kunnen daarmee dag en nacht terecht bij de diabeteseducatoren of op de verpleegafdeling. Ook als ze op consultatie komen of benodigdheden voor hun behandeling komen ophalen, zitten ze altijd even samen met de diabeteseducator.

Schijn bedriegt

Een heel belangrijk punt is het voorkomen van complicaties. In dat opzicht is diabetes een verraderlijke ziekte. De patiënt ondervindt vaak geen hinder van een te hoge suikerwaarde, maar als hij zijn ziekte blijft verwaarlozen, kunnen de gevolgen op lange termijn desastreus zijn: van nier- en oogproblemen tot hart- en vaatziekten en slecht genezende voetwonden, die op termijn zelfs tot een amputatie kunnen leiden. Ook daarom is het zo belangrijk dat de patiënt inzicht heeft in zijn aandoening. Hij draagt zelf voor een groot stuk de verantwoordelijkheid voor zijn behandeling.

Patiënt uit zijn tent lokken

Waar mensen het meest moeite mee hebben? ‘Met de aanpassing van hun voeding’, zegt diabeteseducator Jan Vanelven. ‘In onze maatschappij kun je geen magazine openslaan of geen televisie aanzetten zonder dat je beelden van lekker eten te zien krijgt. Bovendien confronteren die beperkingen de patiënt voortdurend met zijn problemen.’

Met patiënten die al langer op de dienst komen, groeit er vaak een vertrouwensrelatie. ‘Als iemands bloedwaarden op een onverklaarbare manier ontregeld zijn, is het soms echt zoeken naar de oorzaak’, vertelt Jan. ‘Soms wil de patiënt eerst niet zeggen dat hij heeft gezondigd en moet je hem een beetje uit zijn tent lokken. Gelukkig is de drempel laag en nemen mensen ons vrij gemakkelijk in vertrouwen. Hoe dan ook moet je de patiënt blijvend motiveren. Nieuwe gewoonten durven al eens verwateren.’

Jan maakte nog de tijd mee van de grote glazen insulinespuiten die voor gebruik moesten worden afgekookt. ‘In vergelijking met die tijd is de levenskwaliteit van diabetespatiënten er enorm op vooruitgegaan. Dankzij nieuwe medicatie en hulpmiddelen controleren patiënten hun ziekte en niet andersom. Educatie speelt daarbij een heel grote rol.’

Info
Dienst diabetologie, metabole ziekten en nutritiepathologie UZA, T 03 821 32 75
Vlaamse Diabetes Vereniging, T 09 220 05 20, 0800 96 333 (gratis infolijn),
vdv@diabetes-vdv.be, www.diabetes-vdv.be

 

‘Het leven stopt niet omdat je diabetes hebt’

Martin (65) heeft type 2 diabetes en is momenteel opgenomen in het UZA. Een klein wondje op zijn teen werd een heel grote wonde en uiteindelijk draaide het uit op een teenamputatie. Hij had zichzelf nochtans goed verzorgd.
‘Vier jaar geleden moest een andere teen worden geamputeerd. Het was toen dat ik de diagnose diabetes kreeg. Sindsdien zet ik heel erg de puntjes op de i. Mijn suikerwaarden zijn perfect geregeld. Net alsof ik geen diabetes heb, zegt mijn dokter. Vooral op het vlak van eten en drinken is er veel veranderd. Een enkele keer een biertje kan nog, maar meer is uit den boze.
Ik ben veel bezig met mijn ziekte en wil er zoveel mogelijk over weten. Want een te hoge suikerspiegel doet geen pijn, maar intussen vreet het je ingewanden op. En ik ben mijn leven nog lang niet beu. Misschien ben ik zelfs een beetje té voorzichtig. Mijn dokter zegt wel eens het leven stopt niet omdat je diabetes hebt.
Ik krijg hier altijd veel uitleg en als ik thuis over iets twijfel, bel ik meteen. Als ik mij echt zorgen maak, kom ik gewoon langs. Ze hebben me nog niet één keer afgewimpeld.’

magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.