Aan de slag na ziekte

Na een lange ziekte weer aan het werk gaan is niet gemakkelijk, zeker als je nog niet helemaal de oude bent. Het UZA begeleidt (ex-)kanker- en pijnpatiënten om weer aan de slag te gaan.

Na een lange ziekte weer aan het werk gaan is niet gemakkelijk, zeker als je nog niet helemaal de oude bent. Het UZA begeleidt (ex-)kanker- en pijnpatiënten om weer aan de slag te gaan.
 
Veel mensen die lang of zwaar ziek zijn geweest, voelen zich pas echt genezen als ze weer aan het werk kunnen. Maar in de praktijk verloopt de terugkeer naar de werkvloer niet altijd over rozen. Eline Christiaen, psychologe en re-integratiecoördinator in het UZA, helpt sinds augustus 2016 patiënten van het multidisciplinair pijncentrum om de draad weer op te pikken. Dat een ziekenhuis daarvoor zelf een medewerker inschakelt, is uniek in België.
 
'Ik ondersteun pijnpatiënten die opnieuw aan de slag gaan, in de eerste plaats via begeleiding en bemiddeling', legt Christiaen uit. 'Mijn rol is die van coach en vertrouwenspersoon, zowel voor de patiënt als de werkgever. Belangrijk is te bekijken wat de patiënt ondanks zijn medische problemen – bijvoorbeeld rug- of nekklachten – nog wel kan en wat we eventueel kunnen aanpassen op de werkvloer. Verder informeer ik patiënten over de wetgeving en help ik hen indien nodig met administratieve zaken. Patiënten krijgen immers met heel wat instanties te maken, zoals de mutualiteit en de VDAB.' Elke patiënt krijgt een traject op maat uitgestippeld.

Andere bureaustoel of meer pauzes?

Afhankelijk van de situatie en de mate van arbeidsongeschiktheid zijn er soms specifieke oplossingen mogelijk: andere taken, een aangepast uurrooster, meer pauzes, een andere bureaustoel, hulp van een collega ... 'Ik leg ook uit welke tegemoetkomingen er mogelijk zijn voor de werkgever. Zeker als de patiënt officieel statuut van arbeidshandicap heeft, kan de werkgever bepaalde premies aanvragen, bijvoorbeeld om te compenseren dat de werknemer meer pauzes moet nemen. Indien gewenst begeleid ik de patiënt op de eerste werkdag. En ik plan ook vervolgbezoeken, zodat ik de situatie nauwgezet kan blijven opvolgen', vervolgt Christiaen.
 
Patiënten die in aanmerking komen voor re-integratie, hebben eerst een gesprek met een klinisch psychologe. Als er bijkomende struikelblokken zijn, bijvoorbeeld een depressie, angsten of een moeilijke thuissituatie, worden die gelijktijdig aangepakt. Christiaen: ‘Ik werk ook nauw samen met de behandelende artsen, de pijnverpleegkundigen, de dienst fysische geneeskunde en de dienst ergotherapie. Zo is het voor sommige patiënten nuttig om te testen wat ze nog precies kunnen op het vlak van coördinatie, uithouding, kracht ... De dienst fysische geneeskunde heeft daarvoor een specifieke toolkit.'
Het project is zonder meer vernieuwend. Christiaen gelooft er heel sterk in. 'Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat een dergelijke aanpak binnen een multidisciplinair team de kans op een succesvolle terugkeer naar de werkvloer vergroot.'

Kanker genezen, weer aan de slag

Ook van de (ex-)kankerpatiënten ondervindt 20 tot 40 procent problemen om zijn of haar oude job weer op te pikken. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn: het werk is fysiek te zwaar geworden, de werknemer kan zich nog niet lang concentreren, de werkgever is bang dat hij of zij de job niet meer zal aankunnen ...
 
Om kankerpatiënten al in het ziekenhuis te ondersteunen bij de werkhervatting, werd met de steun van de Stichting tegen Kanker het Project PRINK (Professionele Re-Integratie Na Kanker) in het leven geroepen. Het UZA en alle andere ziekenhuizen van het Iridium-netwerk, dat in de Antwerpse regio samenwerkt rondom kanker, nemen eraan deel. Binnen het project werd onderzoek gedaan naar de precieze problemen en noden van kankerpatiënten die weer aan het werk willen. 'We willen de drempel naar werkhervatting verlagen en patiënten duidelijke informatie geven', zegt projectcoördinator Petra van Aalderen. 'Daarom motiveren we zorgverleners – artsen, verpleegkundigen, psychologen, kinesitherapeuten – om meer oog te hebben voor het aspect werk, zeker naar het einde van de behandeling toe. Als blijkt dat een patiënt daarbij begeleiding kan gebruiken, kunnen ze hem doorverwijzen naar de dienst patiëntenbegeleiding van het ziekenhuis.'

'Snel zaken in gang zetten'

Via infosessies en documentatie worden de sociaal werkers en andere hulpverleners ondersteund om patiënten gerichter te informeren en door te verwijzen. 'In de praktijk zullen in het UZA vooral de oncologisch trajectbegeleiders en de oncologisch psychologen de eerste aanspreekpunten zijn', zegt Miranda Van de Wiele, hoofd patiëntenbegeleiding . 'Wij kunnen de patiënt dan verder op weg helpen door hem of haar naar de juiste instantie te verwijzen, zoals de VDAB of de sociale dienst van de mutualiteit. Dankzij Project PRINK is er een netwerk van contactpersonen bij wie we kunnen aankloppen, waardoor we snel zaken in gang kunnen zetten.' Patiënten krijgen ook een uitgebreide folder mee met alle informatie die ze nodig hebben. Ten slotte wordt werkhervatting ook een vast thema in het oncologisch revalidatieprogramma van het UZA.
 
Meer info: dienst patiëntenbegeleiding UZA, T 03 821 37 00, pijncentrum UZA, T 03 821 35 86, www.iridiumkankernetwerk.be

Tips die werken

Kobe, chronisch pijnpatiënt

'Ik trek mij op aan mijn werk'

Kobe hield aan een motorongeval een hernia in zijn nek over. Ondanks twee operaties en pijnmedicatie leeft hij nog elke dag met pijn. Toch bleef hij aan de slag als zelfstandig schrijnwerker en meubelmaker. 'Geen moment heb ik gedacht aan stoppen, en zeker niet alleen uit financiële overwegingen. Ik heb mijn werk altijd graag gedaan. En ook vandaag geeft het mij een doel, sociale contacten en het gevoel dat ik nog een rol vervul in de maatschappij. Niet alle pijnpatiënten zijn fysiek in staat om te blijven werken, maar voor mij is dit de beste optie. Ik trek mij op aan mijn werk.
Dat ik zelfstandige ben, is in zekere zin ook mijn geluk. Ik kon zelf kiezen om te blijven werken. Daar waren weliswaar aanpassingen voor nodig. Ik werk nu veel minder dan vroeger en heb geïnvesteerd in apparatuur om mijn werk te verlichten, zoals tilliften en een werktafel met aanpasbare hoogte. Zo lukt het, voorlopig toch. De extra pijn moet ik erbij nemen, maar dat is het me waard.
Ik begrijp dat werkgevers niet happig zijn op een werknemer met gezondheidsproblemen. Maar de maatschappij moet ervoor zorgen dat ook die mensen aan de bak kunnen blijven. Ik ben ervan overtuigd dat dat ook een besparing zou betekenen voor de gezondheidszorg: als je nog kunt werken, voel je je automatisch beter.
Na mijn operaties heb ik telkens een tijdje noodgedwongen thuis gezeten en dat deed me absoluut geen goed. Ik focuste dan volledig op mijn pijn en ellende. Omdat ik het vaak erg moeilijk had, ben ik vorig jaar in therapie gegaan bij een psychologe van het multidisciplinair pijncentrum. Dat heeft mij geweldig geholpen.
Dat het pijncentrum nu een medewerker heeft om mensen te helpen weer aan het werk te gaan, is heel positief. Als werknemer of zelfstandige is het immers niet gemakkelijk je weg te vinden naar de instanties en diensten die je kunnen helpen. Alle hulp om mensen weer aan de slag te krijgen, is zinvol.'

magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.