Ha- ha- ha- tsjie!

Met de lente zijn ook de pollen weer in het land. Hooikoortslijders houden de zakdoeken en de oogdruppels in de aanslag. Maar wat is hooikoorts eigenlijk en hoe behandel je het? Een vervelende kwaal in zes vragen samengevat.

Wat is hooikoorts?

Hooikoorts heeft niets te maken met hooi of koorts. Het is een verzamelnaam voor allergieën voor de stuifmeelkorrels of pollen afkomstig van bomen, gras of onkruid. Het afweersysteem reageert op die rondvliegende pollen door antistoffen aan te maken, wat zich uit in allerlei symptomen. Veel patiënten zijn allergisch voor verschillende pollen. Zowat 20% van de Belgen lijdt aan hooikoorts, waarmee het de meest voorkomende allergie in onze streken is. Ongeveer de helft van de hooikoortslijders ontwikkelt vroeg of laat ook een groente- en fruitallergie.

Wat zijn de symptomen?

Mensen met hooikoorts hebben voornamelijk last van niezen, een verstopte, jeukende of lopende neus en tranende, rode, jeukende ogen. Soms voelen mensen zich ook behoorlijk belabberd, een beetje zoals bij een griep, of hebben ze slaap- of concentratieproblemen. Anderen vertonen astmasymptomen, zoals benauwdheid of een piepende ademhaling. Mensen met eczeem krijgen tijdens het hooikoortsseizoen soms meer last van opstoten. De symptomen van hooikoorts zijn niet bij iedereen even ernstig. Afhankelijk van het type pollen waarvoor je allergisch bent, situeren de klachten zich tussen februari en augustus. In het slechtste geval heb je die hele periode last van hooikoorts, in het beste geval heb je maar enkele weken klachten.

Op welke leeftijd krijg je het?

Vroeger dook de kwaal voornamelijk op rond de tienerleeftijd, vandaag worden almaar vaker ook kinderen getroffen. Zelfs kleuters met hooikoorts zijn geen uitzondering meer. In principe kan hooikoorts ook op latere leeftijd de kop opsteken, al is dat zeldzamer.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het verhaal van de patiënt is de belangrijkste houvast. Daarnaast is er een bloedonderzoek en wordt een reeks huidtests uitgevoerd. Door de huid van de patiënt in contact te brengen met mogelijke allergenen - dat zijn stoffen waarvoor je allergisch kunt zijn - wordt duidelijk waarvoor hij precies overgevoelig is.

Hoe behandelen?

Bij de meeste patiënten wordt ervoor gekozen alleen de symptomen te behandelen, meestal met behulp van antihistaminica in de vorm van tabletten of een neusspray met cortisone. Patiënten met astmasymptomen gebruiken een puf om opstoten te onderdrukken of, bij chronische last, ontstekingsremmende medicatie in de vorm van een puf of tabletten. Ook voor kinderen is er perfect veilige medicatie. Bij ernstige klachten moet u de behandeling starten een tweetal weken voor de symptomen gewoonlijk beginnen en pas stoppen als de pollen waarvoor u allergisch bent, niet meer in de lucht aanwezig zijn. Als u zich daar aan houdt, is het probleem meestal goed onder controle te houden. In het UZA wordt hooikoorts multidisciplinair aangepakt: bij hardnekkige problemen wordt soms ook de neus-keel-oorarts of de oogarts ingeschakeld.

Wat is immunotherapie?

Een minderheid van de patiënten heeft aan een symptomatische behandeling niet genoeg. Voor hen kan immunotherapie een oplossing bieden. De oudste vorm zijn inspuitingen. De patiënt krijgt dan maandelijks een inspuiting met de stof waarvoor hij allergisch is. Na drie tot vijf jaar zijn de klachten met gemiddeld 50% geminderd. De therapie gebeurt strikt gecontroleerd, om heftige allergische reacties te voorkomen. Immunotherapie bestaat tegenwoordig ook in de vorm van druppels die de patiënt moet innemen. Die behandeling is veiliger, maar mogelijk iets minder doeltreffend. Nadeel is ook dat de patiënt de druppels dagelijks moet innemen en dat er geen terugbetaling is. Sinds kort is er ook immunotherapie voor graspollen in de vorm van tabletten, een behandeling die momenteel evenmin wordt terugbetaald.

Info: dienst immunologie, allergologie en reumatologie UZA, T 03 821 51 44, dienst pediatrie UZA, T 03 821 32 51, www.airallergy.be

Bron: maguza.be