Eerste hulp bij kleine wondjes

Door kleine of banale wonden met de grootste zorg te omringen, kunt u veel leed voorkomen. Wondzorgverpleegkundige Sonja Vlayen geeft ons een spoedcursus wondzorg in zeven stappen.

Met een openstaande wonde of een brandwonde gaat u naar de huisarts of de spoed. Doe dat ook met een bijtwonde: het gevaar op infectie is dan groot. Onschuldiger wonden kunt u eventueel zelf verzorgen. Doe dat als volgt:

1. Reinig de wonde goed

Reinig een schaaf- of snijwonde altijd grondig met water onder de kraan of de douchekop. Bij de apotheek kunt u wondsponsjes of -doekjes kopen om een vervuilde wonde op een zachte manier schoon te maken. Was de huid rondom de wonde met zeep om bijbesmetting te voorkomen. Reinig dagelijks of ten minste bij elke verzorging, tot de wonde genezen is.

2. Ontsmet altijd

Ontsmet een nieuwe wonde altijd met vloeibaar ontsmettingsmiddel: het is immers nooit uit te sluiten dat er contact is geweest met een besmet oppervlak. Gebruik daarvoor povidonjood, beter gekend onder de merknamen iso-Betadine, Betadine, Braunol en Betardermyl. Individuele doses zijn hygiënischer. Gebruik voor kinderen jonger dan vijf jaar een aangepast product. In principe hoeft u maar één keer te ontsmetten, maar speel bij twijfel op veilig.

3. Houd de wonde vochtig

Vergeet het advies dat je elke wonde droog moet houden: wonden genezen sneller en mooier als u ze licht vochtig houdt, dus zonder korstvorming. Is de wonde van zichzelf vochtig genoeg, dan volstaat een vetverband (zie kader) of zelfs een steriel kompres. Als de wonde te droog is, gebruikt u een hydrogel (zie kader) en dekt u hem af met een steriel kompres. Verband of kompres mogen niet in de wonde kleven. Let wel: een gehechte wonde moet u wel droog houden.

4. Wees alert op infecties

Bij het minste teken van infectie ontsmet u de wonde opnieuw en contacteert u de huisarts: dat wil zeggen als er meer vocht uit komt, bij toenemende pijn of roodheid, als de wonde warm aanvoelt of als er etter ontstaat. De wonde moet dan een tijd lang twee of drie keer per dag worden verzorgd en ontsmet. Vermijd zalven met antibiotica in. Zo werkt u immers het ontstaan van resistente bacteriën in de hand, terwijl er goede alternatieven zijn, zoals een ontsmettend verband.

5. Verzorg zo lang als het moet

Een wonde die goed evolueert, hoeft u maar één keer per dag te verzorgen. Houd de wonde vochtig tot hij dicht is en bedekt tot er zich nieuwe huid heeft gevormd. Daarna hydrateert u de huid om die opnieuw weerbaarder te maken. Een gehydrateerde huid is hoe dan ook beter gewapend tegen kwetsuren.

6. Blijf niet sukkelen

Een banale wonde is na twee weken quasi genezen of ziet er op zijn minst stukken beter uit. Zo niet moet u medische hulp zoeken. Zes weken is de absolute bovengrens. Een andere zalf, aanpak of verband kan wonderen doen. Soms is er ook sprake van een onderliggend probleem, zoals spataders, diabetes of vaatlijden. De meeste ziekenhuizen hebben een wondzorgverpleegkundige met een ambulante raadpleging. Zeker bij hardnekkige wondproblemen is dat de aangewezen specialist.

7. Voorzichtig met water en zon

Met een schaaf- of snijwonde mag u niet gaan zwemmen of in bad wegens besmettingsgevaar. Een douche kan geen kwaad. Houd het litteken een jaar lang uit de zon om te vermijden dat het verkleurt. Bedek het of gebruik zonnecrème met de hoogste beschermingsfactor.

Info: UZA-wondzorgverpleegkundige Sonja Vlayen, T 03 821 53 99

In de huisapotheek

Dit moet u altijd in huis hebben voor wondzorg:

  • Vloeibaar ontsmettingsmiddel, bijvoorbeeld iso-Betadine
  • Hydrogel, een dikke gel die het wondvocht vasthoudt, bijvoorbeeld Flamigel
  • Vetverband, een kompres dat met een vette substantie is doordrenkt
  • Steriele kompresjes
  • Hechtpleister of zelfhechtende windel

 

Bron: maguza.be