Overgewicht kan elk kind overkomen

Eén op de vijf Vlaamse kinderen is te zwaar. 'Wij begeleiden hen in kleine stapjes naar een gezond gewicht. Met een realistische aanpak is de kans op blijvend succes groot', zegt kinderarts prof. dr. Kim Van Hoorenbeeck.

Eén op de vijf Vlaamse kinderen is te zwaar. 'Wij begeleiden hen in kleine stapjes naar een gezond gewicht. Met een realistische aanpak is de kans op blijvend succes groot', zegt kinderarts prof. dr. Kim Van Hoorenbeeck.
 
Het aantal kinderen en jongeren met overgewicht zit wereldwijd nog altijd in de lift, al is die stijging stilaan aan het afvlakken. 'Dat is op zich positief, maar we hebben nog altijd geen reden om te juichen', vindt prof. dr. Kim Van Hoorenbeeck.
 
Hoe komt het dat almaar meer kinderen met overgewicht sukkelen?
Van Hoorenbeeck: 'Daar spelen verschillende factoren in mee. Kinderen zitten almaar vaker achter een schermpje in plaats van te bewegen, er is een enorm aanbod aan ongezonde voeding en ouders hebben minder tijd om gezond te koken. Als we iets aan het probleem willen veranderen, moet ook de overheid haar verantwoordelijkheid opnemen. Ik vind het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat frisdrankautomaten nog altijd talrijk aanwezig zijn op scholen.'
 
Klopt het dat elk pondje door het mondje gaat?
Van Hoorenbeeck: 'Nee, niet alleen levensstijl, maar ook genetische aanleg speelt mee bij het ontstaan van overgewicht. Sommige kinderen zullen nooit echt slank zijn, wat ze ook proberen. Wat niet wegneemt dat ook zij kunnen evolueren naar een gezond gewicht, door hun voeding aan te passen en meer te bewegen. Een enkele keer is er sprake van een medische oorzaak die je eerst moet aanpakken, zoals een hormonaal probleem. Kinderen met overgewicht en hun ouders worden nog te vaak met de vinger gewezen. Daar moeten we vanaf. Ik druk mijn patiënten altijd op het hart dat het iedereen kan overkomen.'
 
Hoe schadelijk is overgewicht op jonge leeftijd?
Van Hoorenbeeck: 'Ernstig overgewicht verhoogt de kans op een hoge bloeddruk, diabetes, een verhoogd cholesterolgehalte, leververvetting, slaapapneu en zelfs hart- en vaatziekten. Bij heel wat kinderen met obesitas, heel ernstig overgewicht dus, zien we al een voorstadium of begin daarvan. Gelukkig zijn die kwalen bij hen meestal nog omkeerbaar. Hoe sneller we het overgewicht behandelen, hoe beter. Want we zien dat ons lichaam een soort van kritische grens heeft: eens daar voorbij gaan de problemen elkaar onderling versterken. Op dat moment wordt het ook veel moeilijker om nog te vermageren.'
 
Wat is een gezond gewicht voor een kind?
Van Hoorenbeeck: 'Als een kind nog groeit, kun je dat als leek moeilijk bepalen. Bij twijfel ga je het best bij de huis- of kinderarts langs. Meten is weten. Bij licht overgewicht kunnen de ouders en het kind nog zelf proberen om het tij te keren aan de hand van tips. Maar bij ernstig overgewicht is dat niet haalbaar. Sommige ouders zijn dan geneigd om te streng te zijn, waardoor het kind snel afhaakt. Bovendien is het heel moeilijk om voor een opgroeiend kind dat moet vermageren een uitgebalanceerde voeding uit te werken. Dat laat je beter aan een diëtist over.'
 
Moeten de kinderen echt op dieet?
Vicky Janssens, diëtiste: 'Zeker niet, we proberen ze vooral een gezondere levensstijl bij te brengen. Dat gebeurt geleidelijk. In het begin zie ik de kinderen meestal één keer per maand en dan pakken we telkens een ander onderdeel van de voeding aan: de dranken, de broodmaaltijd, de warme maaltijd ... Ook beweging komt aan bod. Ik spreek met de kinderen af welke sportactiviteiten voor hen haalbaar zijn en hoe vaak. Dat mag ook wandelen of op de trampoline springen zijn. De kinderen beslissen zelf wat ze zien zitten: dat werkt beter dan dat ik hen opleg wat ze moeten doen.'
 
Wat met de rest van het gezin? Moet iedereen anders gaan eten?
Janssens: 'Idealiter probeert inderdaad het hele gezin een gezondere levensstijl aan te nemen, maar dat lukt niet altijd. Bij gedeeld ouderschap na een echtscheiding moeten we de twee gezinnen meekrijgen. Sommige ouders doen dat heel goed: er zijn er die samen mee naar de raadpleging komen of elkaar afwisselen.'
 
Hoe krijgt u die aanpassing van eetgewoontes aan de kinderen verkocht?
Janssens: 'Ik geef hen altijd inspraak in wat ze wel of niet mogen eten. Kunnen ze bijvoorbeeld hun boterham met choco niet missen, dan mogen ze die nog eten, maar niet elke dag. Ik maak wel heel duidelijke afspraken. Dat werkt beter dan vage tips als 'een beetje minderen.' En ik leg ook nooit een maximaal aantal calorieën of een vast voedingsschema op. Voeding mag geen bron van stress worden. Om die reden vraag ik de kinderen ook om zich maar één keer per week te wegen. Niet het gewicht op zich is belangrijk, maar de gezondere levensstijl.'
Van Hoorenbeeck: 'We kiezen bewust voor realistische doelstellingen en een aanpak in kleine stapjes. Zo voelt het voor de kinderen als een succeservaring. Dat krikt ook hun zelfbeeld op, wat bij veel van hen een knauw heeft gekregen.'
 
Lukt het bij de meesten om blijvend te vermageren?
Van Hoorenbeeck: 'Ja, de meesten doen het echt wel goed. Velen zien hun inspanningen al na een paar weken beloond. Al duurt het hele traject al gauw maanden of zelfs jaren. We willen de kinderen immers voor de rest van hun leven op het juiste spoor krijgen, en dat vraagt tijd. Bijna allemaal maken ze vroeg of laat ook een terugval mee, maar dat geeft niet als ze zich daarna herpakken. Velen slagen er uiteindelijk in een gezond gewicht te bereiken. In de loop van de behandeling zien we veel van die kinderen ook mentaal helemaal opfleuren.
Zaak is wel om de begeleiding nooit helemaal los te laten, zeker als het kind echt obees is geweest. Obesitas is immers een chronische ziekte. Daarom raad ik aan regelmatig op controle te blijven gaan, bij ons of bij de huis- of kinderarts. Zo voorkom je dat het kind vroeg of laat weer van nul moet beginnen.'
 
Info: dienst kindergeneeskunde, T 03 821 32 51

magUZA, informatiemagazine van het Universitair Ziekenhuis Anwerpen, Wilrijkstraat 10, 2650 Edegem, juli 2008
Alle teksten en foto's op deze website mogen op geen enkele wijze worden overgenomen of verspreid zonder uitdrukkelijke toestemming van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Bij reproductie van of verwijzing naar een tekst op deze website, dient steeds de bron vermeld te worden.