Vijf vragen over beroerte

Een beroerte is de op twee na belangrijkste doodsoorzaak in de westerse wereld en de meest voorkomende oorzaak van een verworven handicap. Wat is het precies en welke behandelingen zijn er mogelijk? We vragen het aan dr. Caroline Loos, neuroloog, en prof. dr. Maurits Voormolen, interventieradioloog.

1. Wat is een beroerte?

Er zijn twee soorten beroertes: bij een herseninfarct raakt een bloedvat afgesloten door een klontertje, bij een hersenbloeding ontstaat er een scheurtje in een bloedvat. In beide gevallen leidt dat tot zuurstofgebrek in een deel van de hersenen. Afhankelijk van de plaats geeft dat allerlei klachten, zoals verlamming aan een kant van het lichaam, niet meer kunnen spreken of geen taal meer begrijpen, of gezichtsproblemen. Patiënten kunnen ook last krijgen van hoofdpijn, vermoeidheid of mentale problemen, bijvoorbeeld depressie of geheugenverlies.

 2. Wat zijn de oorzaken van een beroerte?

De oorzaken zijn deels dezelfde als die van een hartinfarct: hoge bloeddruk, hoge cholesterol, overgewicht, roken en diabetes. Op hoge leeftijd zijn vaak hartritmestoornissen de boosdoener. Soms ligt een aangeboren aandoening aan de basis, bijvoorbeeld een stollingsziekte of een aangeboren hartafwijking. Een beroerte op heel jonge leeftijd kan ook andere oorzaken hebben, zoals een scheurtje in de bloedvatwand na een hoofdtrauma of druggebruik. 

3. Welke behandelingen zijn er?

Als patiënten met een herseninfarct tijdig in het ziekenhuis zijn, komen ze meestal in aanmerking voor trombolyse. Ze krijgen dan een infuus met bloedverdunnende medicatie die de bloedklonter oplost. Als dat niet kan of niet lukt, of als een aanvullende behandeling zinvol is, gebeurt er soms een trombectomie. Daarbij wordt het bloedklontertje mechanisch verwijderd. Dat gebeurt via een katheter – een dun buisje – die de interventieradioloog vanuit de lies via een bloedvat tot bij de getroffen plaats leidt. Bij een hersenbloeding is de behandeling gericht op het voorkomen van een tweede bloeding. Er wordt dan gezocht naar een onderliggende bloedvatafwijking, soms een hersenaneurysma. In dat geval is de meest toegepaste behandeling coiling, waarbij de interventieradioloog de getroffen plaats opvult met metalen veertjes. 

4. Waarom is het zo belangrijk dat je snel in het ziekenhuis bent?

Hoe sneller de behandeling plaatsvindt, hoe kleiner de hersenschade. Elke minuut telt. Bovendien is het tijdsvenster voor de behandeling beperkt: trombolyse kan meestal maar tot 4,5 uur na de eerste symptomen. Daarna wordt het moeilijker om de bloedklonter op te lossen en wordt het risico op een bloeding groter. Ook een trombectomie kan in de meeste gevallen maar tot zes uur nadat de klachten zijn ontstaan. De eerste weken en maanden na de beroerte treedt er gelukkig nog heel vaak spontaan herstel op. Vroege revalidatie vergroot die kans aanzienlijk. Dat geldt vooral na een herseninfarct: na een hersenbloeding is de prognose vaak slechter en is de kans op overlijden groter. 

5. Is de behandeling de laatste jaren nog geëvolueerd?

Tot voor enkele jaren werd gedacht dat bij een herseninfarct een acute behandeling alleen de eerste zes uur zin had. Intussen is uit onderzoek gebleken dat er bij een kleine minderheid van de patiënten ook daarna nog kans op verbetering is. Via een speciale CT- of MRI-scan gaan artsen na in hoeverre het getroffen hersengebied nog te redden is. Als er nog een redelijke kans op herstel is, krijgt die patiënt alsnog een behandeling, tot maximaal 24 uur na de eerste symptomen. Ook voor hersenbloedingen zijn er steeds meer technieken beschikbaar om te behandelen via de bloedvaten. Het is een vakgebied in volle ontwikkeling.

Info: dienst neurologie UZA, T 03 821 34 23, dienst radiologie UZA, T 03 821 48 48www.uza.be/behandeling/beroerte-cva

 

 

 

 

Bron: maguza.be