Sport op voorschrift

Veel diabetici doen te weinig aan sport. Nochtans gaan diabetes en beweging prima samen, als het op de juiste manier gebeurt. De dienst fysische geneeskunde start nu met een bewegingsprogramma om diabetespatiënten op weg te helpen.

Uit studies blijkt keer op keer dat diabetici te weinig beweging nemen. Vooral bij type 2 diabetici is dat niet zo verwonderlijk. Vaak liggen overgewicht en een zittende levensstijl immers aan de basis van hun ziekte. Ook bij type 1 diabetici staat sport niet altijd hoog op het prioriteitenlijstje, soms omdat ze bang zijn voor schommelingen in hun bloedsuikerspiegel.

‘Als diabetici meer gaan bewegen, heeft dat nochtans een uitermate positief effect’, onderstreept prof. dr. Gaëtane Stassijns, waarnemend diensthoofd fysische geneeskunde. ‘Hun suikerspiegel is beter te controleren, een effect dat tot 72 uur na de sportactiviteit aanhoudt. Daarnaast heeft sport ook een positieve invloed op bloeddruk, cholesterolgehalte en gewicht. Dat doet op zijn beurt het risico op hart- en vaatziekten dalen, aandoeningen waarvoor diabetici meer aanleg hebben. Beweging vormt dus eigenlijk een belangrijk onderdeel van de behandeling.’ 

Is er een dokter aanwezig?

Op eigen houtje beginnen sporten lukt vaak echter niet. Stassijns: ‘Niet dat diabetici alleen maar onder medische begeleiding kunnen sporten, maar voor veel patiënten is het wel nuttig om via een aangepast programma te starten. Wij kunnen advies geven over hoe en wat en als er in de beginfase dan toch een medisch probleem opduikt, is er altijd een specialist aanwezig. Vandaar het idee om op onze dienst een bewegingsprogramma voor diabetici aan te bieden.’ 

Patiënten komen drie maanden lang twee keer per week trainen. Voor ze starten, gaan ze op controle bij de diabetoloog. Die gaat na of hun diabetes genoeg onder controle is om te sporten. Afhankelijk van hun leeftijd of eventuele andere medische problemen volgen daarna nog andere onderzoeken. De revalidatiearts gaat na of er andere tegenaanwijzigingen zijn en maakt een programma op maat. Soms zijn er beperkingen: zo is intensieve krachttraining niet geschikt voor patiënten met netvliesaantasting of een hoge bloeddruk. Stassijns: ‘Ook wij bekijken vanuit onze hoek welke oefeningen voor de patiënt geschikt zijn. Iemand met belangrijke voetproblemen zullen we bijvoorbeeld niet op de loopband zetten, daarvoor zoeken we een alternatief. Op basis van de conditie en de gezondheidstoestand van de patiënt werken we vervolgens een persoonlijk revalidatieplan uit.’ Geeft de arts zijn fiat, dan kunnen patiënten beginnen trainen onder begeleiding van een kinesitherapeut. 

Haast en spoed…

Het programma bestaat in principe uit duurtraining, bijvoorbeeld fietsen of lopen, én krachttraining. Uit studies is gebleken dat die combinatie de beste resultaten oplevert. ‘We bouwen het programma geleidelijk op’, beklemtoont Stassijns. ‘Want we willen uiteraard niet dat patiënten een hypo krijgen tijdens het sporten. En alles gebeurt erg gecontroleerd.’ Patiënten gaan tijdens het programma ook regelmatig op controle bij de revalidatie-arts en de diabetoloog. 

‘Bedoeling is dat patiënten ook thuis oefenen en dat ook na het programma blijven doen’, vervolgt Stassijns. ‘Het best is om de inspanning te spreiden over de week. Ook op dat vlak geven we tips, want niet elke sport is geschikt voor alle diabetici. Een sport waarbij veel spiergroepen worden aangesproken, bijvoorbeeld zwemmen, is zeker goed. Al raden we vooral aan een sport te kiezen die ze graag doen, of dat nu fietsen, tennissen of roeien is. Zo houden patiënten het sporten het langst vol.’ Het idee is dat de deelnemers na het programma genoeg inzicht hebben en voldoende gemotiveerd zijn om op eigen initiatief te blijven bewegen. ‘Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze levenslang in een ziekenhuis blijven sporten. Ze moeten zelf leren vliegen’, zegt Stassijns. 

Meer info: dienst fysische geneeskunde UZA, T 03 821 31 96, dienst diabetologie UZA, T 03 821 32 75

Bron: maguza.be