Snelle hulp redt levens

Bij een plotse dood telt elke minuut. Als de omstaanders telkens hartmassage zouden doen of de patiënt defibrilleren, zouden de overlevingskansen enorm toenemen. Prof. dr. Leo Bossaert, die onlangs op rust ging als diensthoofd intensieve zorg, wijdde er zijn carrière aan.

Sinds hij in 1979 diensthoofd werd in het UZA zet Leo Bossaert zich in voor de problematiek van cardio-pulmonaire reanimatie (CPR, hart-longreanimatie) en defibrillatoren. ‘Tijd is immers enorm belangrijk bij een hartstilstand of een plotse dood. Een hart dat 30 seconden stilligt, is meestal vlot te defibrilleren. Na een paar minuten wordt het al moeilijker en na 8 à 10 minuten is het hele organisme al in een zodanig slechte conditie dat het heel moeilijk wordt.’


Altijd binnen de paar minuten een ambulance of MUG-team met defibrillator ter plaatse hebben, is utopisch. Er moeten dus andere pistes worden bewandeld. ‘Acht op tien hartstilstanden gebeuren thuis, maar in zes op tien gevallen is er wel iemand in de buurt. Dat schept mogelijkheden. Want door meteen CPR te starten, kun je de tijd die de MUG nodig heeft om ter plaatse te komen, overbruggen. Via hartmassage kun je immers zuurstof geven aan de hersenen en de hartspier zodat ze leefbaar en defibrilleerbaar blijven.’

Vechten voor defibrillatoren  

Leo Bossaert stond in de jaren 80 mee aan de wieg van de Belgische en de Europese Reanimatieraad, die op geregelde tijdstippen richtlijnen uitgeeft voor CPR en ook actief is op het vlak van wetenschap en opleiding. Voorts trok hij mee aan de kar voor het uitrusten van alle ambulances met defibrillatoren. ‘Het was vechten voor die defibrillatoren, én om in elke ambulance personeel te hebben dat zo’n defibrillator kan en mag hanteren. Maar het is gelukt. Sinds 2006 is er in België ook een specifiek wetgevend kader rond defibrillatoren, en dat bestaat maar in een handvol landen.’

De nieuwe wetgeving bepaalt dat ook leken gebruik kunnen maken van automatische externe defibrillatoren (AED), die intussen op een aantal openbare plaatsen te vinden zijn. ‘Het is zinvol om een AED te plaatsen op een locatie waar je binnen de twee jaar een hartstilstand kunt verwachten: plaatsen waar mensen met een risicoprofiel aanwezig zijn – mannen van boven de 50 bijvoorbeeld – en er ook zenuwachtige omstandigheden zijn, zoals in shoppingcentra, luchthavens, sportcentra enzovoort. Zo’n AED is trouwens heel eenvoudig te bedienen: een stem praat je doorheen het hele proces. Je kunt eigenlijk niks verkeerd doen: hij schokt alleen als dat nodig is.’

AED’s op de verpleegafdelingen  

Ook in een ziekenhuis kun je hartstilstanden verwachten, tijdens het verblijf, raadplegingen enzovoort. Hoewel alle nodige specialisten en toestellen in huis zijn, kan het toch enkele minuten duren voor het MUG-team van de spoedafdeling naar een andere afdeling is gerend. ‘Omdat 1 of 2 minuten een groot verschil kunnen maken, hebben we sinds 2000 op verschillende plaatsen in het ziekenhuis AED’s zodat patiënten zo snel mogelijk gedefibrilleerd kunnen worden.’ Die AED’s worden per jaar ongeveer dertig keer gebruikt. Ze hebben hun nut dus wel degelijk al bewezen.

Reanimeren in 8 stappen

Cardio-pulmonaire reanimatie (CPR) bestaat uit twee acties: hartmassage (om het bloed rond te sturen) en beademing (om de longen van zuurstof te voorzien). U doet er het hart niet opnieuw mee kloppen, maar u kunt er wel voor zorgen dat defibrillatie mogelijk blijft.

1. Controleer bewustzijn
Schud de schouders van het slachtoffer en vraag luidop of alles in orde is.
2. Roep hulp
Als de persoon niet reageert, roep dan zeker hulp in van anderen. Vraag hen om bij u te wachten. Bent u alleen, roep dan luidkeels om hulp.
3. Open de luchtweg
Bij een bewusteloos slachtoffer valt de tong naar achter waar ze de luchtweg blokkeert. Draai daarom het slachtoffer op zijn rug, plaats een hand op het voorhoofd en kantel het hoofd naar achter. Til de kin op met twee vingers van uw andere hand. Zo maakt u de luchtweg vrij.
4. Controleer de ademhaling
Kijk naar de bewegingen van de borstkas, luister aan de mond en voel met uw wang of er een luchtstroom is. Neem daarvoor niet meer dan 10 seconden.
5. Bel 100 of 112
Als het slachtoffer niet reageert en niet normaal ademt, bel dan de hulpdiensten, en meld dat het slachtoffer een hartstilstand heeft.
6. Start de hartmassage
  • Het slachtoffer moet plat op de rug op een harde ondergrond liggen.
  • Zet de hiel van uw hand midden op de borstkas.
  • Zet de hiel van uw andere hand bovenop de eerste en zorg dat de vingers de borstkas niet raken.
  • Strek uw ellebogen, breng uw schouders recht boven de borstkas
  • Druk het borstbeen 4 tot 5 cm in. Druk 30 keer aan een tempo van ongeveer 100 per minuut, zonder het contact met de borstkas te verliezen.

7. Beadem
  • Geef na 30 keer drukken 2 beademingen.
  • Kantel daarvoor het hoofd en til de kin op zoals in punt 3. Knijp de neus dicht met de hand waarmee u het hoofd kantelt.
  • Neem normaal adem, plaats uw lippen rond de mond van het slachtoffer en adem gelijkmatig uit.
  • Kijk naar de borstkas: die moet omhoog komen bij elke beademing.
  • Hou het hoofd gekanteld, neem uw mond weg en laat de lucht ontsnappen.
8. Hou vol
Blijf de 30 compressies en 2 beademingen volhouden tot deskundige hulp het overneemt.

! Als u niet in staat bent mond-op-mondbeademing te doen, of als u dat niet wil doen, voer dan continu hartmassage uit, zoals in punt 6.
Een opleiding in CPR-technieken maakt alles nog duidelijker. Meer info over een opleiding bij u in de buurt:

www.resuscitation.be » www.rodekruis.be » www.hetvlaamsekruis.be

Bron: maguza.be