Rugchirurgie

Maar een kleine minderheid van de patiënten met rugpijn heeft nood aan een operatie. De resultaten van rugchirurgie zijn de afgelopen jaren gevoelig verbeterd, voornamelijk dankzij een nauwere samenwerking tussen neurochirurgen en orthopedisten, de opmars van nieuwe technieken en - zeker niet te vergeten - een betere patiëntenselectie. 'Opereren doe je alleen als het niet anders kan', klinkt het op de diensten neurochirurgie en orthopedie.

Naar neurochirurg of orthopedist?
Rugoperaties worden zowel door neurochirurgen als orthopedisten uitgevoerd. In theorie houdt de neurochirurg zich vooral met geknelde zenuwen en afwijkingen in en om het ruggenmerg bezig, terwijl de orthopedist gespecialiseerd is in de biomechanische werking van de rug.
'Maar in de praktijk komen beide problemen regelmatig samen voor en kun je het onderscheid niet zo strikt maken. Vandaar dat orthopedisten en neurochirurgen steeds vaker nauw samenwerken en de twee aspecten - neurologische en mechanische problemen - gezamenlijk worden aangepakt. Dat heeft de resultaten van rugoperaties sterk verbeterd', zegt UZA-orthopedist dr. Jozef Michielsen , die net als collega dr. Geert Mahieu uitsluitend ruggen opereert.

Discushernia
Bij jonge mensen is een discushernia de belangrijkste reden om de rug te opereren. In dat geval is er een probleem met een tussenwervelschijf, een geleiachtige massa die zich tussen twee wervels bevindt en omgeven is door harder kraakbeenweefsel. Bij een discushernia gaat een stuk van de tussenwervelschijf tegen de zenuwwortel aandrukken. Dat gaat gepaard met rugpijn, en soms ook met uitstralende pijn in het been of de voet. Bij een operatie wordt het stuk van de tussenwervelschijf dat tegen de zenuwwortel drukt, weggenomen.
'Maar in veel gevallen herstelt de discushernia ook spontaan', nuanceert prof. dr. Andrew Maas, diensthoofd neurochirurgie. 'Alleen kost dat meer tijd. Studies hebben aangetoond dat niet-geopereerde patiënten op lange termijn even goed evolueren als mensen die wel een ingreep ondergingen.'
'Vandaar hanteren wij nu als richtlijn dat we eerst een zestal weken wachten. Pas als dan blijkt dat er niet genoeg spontane verbetering is, gaan we eventueel tot een operatie over. Uitzonderingen zijn patiënten met ernstige bijkomende symptomen, bijvoorbeeld zwakte in de benen of incontinentie', vervolgt neurochirurg dr. Servan Rooker, gespecialiseerd in rugchirurgie.

Spinaalstenose
Een pijnlijke aandoening die vooral ouderen treft, is spinaalstenose. In dat geval is er een vernauwing van een zenuwkanaal of het kanaal waarin het ruggenmerg zich bevindt. Sommige patiënten kunnen hierdoor nog moeilijk stappen. Via een operatie kan de geknelde zenuw weer vrijgemaakt worden.

Andere aandoeningen
Ook een ingezakte wervel of osteoporose kunnen soms aanleiding geven tot een ingreep.
Andere, biomechanische problemen die soms chirurgisch behandeld worden, zijn aangeboren afwijkingen waardoor de wervels tegenover elkaar beginnen te schuiven, wervelbreuken als gevolg van een ongeval en tumoren in de rug. In die gevallen wordt de rug opnieuw vastgezet.
Mahieu: 'Op dat vlak is de laatste jaren enorme vooruitgang geboekt. Terwijl we begin jaren negentig de rug enkel konden vastzetten - wat de pijn wegneemt maar de patiënt doet inboeten op beweeglijkheid - zijn er vandaag veel technieken bijgekomen. We kunnen de wervelkolom bijvoorbeeld enkel stabiliseren of ondersteunen, of een tussenwervelschijf vervangen door een discusprothese. De grote uitdaging is om uit te maken welke patiënt het meest in aanmerking komt voor welke techniek. Een klassieke vastzetoperatie blijft voorlopig de gouden standaard.'

Opereren of niet?
Het slagen van een rugoperatie is in de eerste plaats afhankelijk van de patiëntenselectie.
'Als een patiënt zowel een hernia als gevorderde slijtage heeft, en je opereert zijn hernia, dan zal hij nadien niet tevreden zijn omdat hij nog altijd pijn heeft. Het moeilijkste is te bepalen of de patiënt al dan niet met een ingreep gebaat is, en voet bij stuk te houden als dat niet zo is. Mensen denken vaak dat iets doen sowieso de beste oplossing is, maar dat geldt niet voor rugklachten. Een operatie blijft iets onnatuurlijks, en voer je daarom alleen uit als het niet anders kan. Wie zich in het UZA laat behandelen, mag er zeker van zijn dat hij niet onnodig geopereerd wordt.'
'De beslissing om te opereren moet op drie peilers steunen', vult Michielsen aan. 'De klacht van je patiënt, het lichamelijk onderzoek en de beeldvorming. Als dat plaatje klopt, zit je juist met je diagnose. Helaas wordt er nog altijd vaak om de verkeerde reden geopereerd. Dat komt doordat er enerzijds heel veel patiënten rugpijn hebben, en er anderzijds bij heel veel mensen - ook bij degene zonder klachten - een afwijking aan de rug te zien is. Zo wordt al gauw een verkeerde link gelegd.'
In de praktijk is maar een heel kleine minderheid van de mensen met rugklachten gebaat met een operatie. Voor de anderen volstaan kinesitherapie, rugscholing, medicatie of injectietechnieken. 'Vandaar hechten we veel belang aan de samenwerking met de dienst fysische geneeskunde', beklemtoont Rooker.

Resultaat
Als een rugoperatie terecht wordt uitgevoerd, is de kans op een bevredigend resultaat heel groot. Bij een herniaoperatie bedraagt het risico dat de patiënt na afloop evenveel of zelfs meer klachten heeft, maar 1 tot 2 procent.
De patiënt mag wel geen onrealistische verwachtingen koesteren. Wie denkt dat hij na de operatie snel weer de oude zal zijn, komt meestal bedrogen uit. De revalidatietijd varieert van enkele dagen tot maanden, afhankelijk van de ingreep.
'Vandaar geven we onze patiënten vooraf een infobrochure mee. Als ze weten wat hen te wachten staat, zijn ze veel minder ongerust', weet Mahieu.
Veel hangt af van de aandoening.
'Een patiënt met kanaalstenose kan ook na zijn ingreep geen lange boswandeling maken. Als hij voor de operatie geen 50 meter kon stappen, kan hij nadien misschien 600 meter afleggen. Maar zo kan hij wel weer zijn huis uit', haalt Maas aan.

Nazorg
Heel belangrijk is de nazorg. In die zin stopt een behandeling in het UZA niet in het UZA. Er wordt nauw samengewerkt met kinesitherapeuten buiten het ziekenhuis.
Op lange termijn moet de patiënt vooral beseffen dat zijn rug een zwakke plek blijft en overbelasting vermijden.
'Maar dat laatste geldt eigenlijk voor iedereen', merkt Mahieu nog op.

Bron: maguza.be