'Motorrijden mag niet meer, schrijven gelukkig wel'

Vroeger kon hij bergen verzetten, vandaag moet hij vooral leren zijn inspanningen te doseren. Meer dan drie jaar na zijn herseninfarct heeft Frans (68) het soms nog moeilijk met zijn beperkingen. Maar opgeven staat niet in zijn woordenboek. ‘Als je er niet voor werkt, bereik je niets.’

Frans, op dat moment hoofdredacteur van een motormagazine, zou bijna met pensioen gaan toen het gebeurde. Opeens kon hij niet meer bewegen en, aanvankelijk, ook niet meer spreken. De ziekenwagen bracht hem naar het UZA. Daar werden hij en zijn vrouw Diane voor een moeilijke keuze gesteld: een intensieve behandeling met bloedverdunners zou zijn herstelkansen sterk verbeteren, maar er was een groot risico op een hersenbloeding. Zijn vrouw Diane twijfelde, Frans niet. ‘Doen’, zei hij ferm.

De weken en maanden daarna knapte Frans vrij goed op. Zijn spraak herstelde zich verder en de functie van zijn getroffen linkerbeen en -arm kwamen terug, al kwam het met de fijne motoriek van zijn hand nooit goed. Frans zette alles op alles om beter te worden. ‘Geen krukken voor mij, ik wilde zelf stappen. En ik ben met veel moeite weer beginnen lezen met een meetlatje. Ik moest en zou weer helemaal de oude worden. Ook al kon dat niet.’

Is dat ons huis?

Na zo’n drie weken UZA mocht Frans naar huis. Dat werd een ontnuchtering: hij herkende zijn eigen straat en huis niet meer. Gaandeweg werden de cognitieve gevolgen van het herseninfarct duidelijker. ‘Mijn geheugen en oriëntatievermogen zijn sterk verminderd. Soms stap ik mijn eigen huis voorbij. Ge zijt al te ver, Frans, roepen de buren dan. En ik ben ook opvliegender geworden.’

Maar het ergst vindt hij zijn gezichtsprobleem: zijn linkergezichtsveld is nagenoeg weg. ‘Daardoor mag ik niet meer motor- of autorijden. Op straat bots ik soms tegen mensen omdat ik ze gewoon niet zie.’ Ook fysiek is hij niet meer dezelfde. ‘Vroeger werkte ik vaak keihard, nu heb ik moeten leren om na een uur te stoppen. Ga ik over mijn grens, dan voel ik me ziek.’

Toch blijft Frans niet bij de pakken zitten. Hij gaat regelmatig alleen op stap en reist met zijn vrouw heel vaak naar hun vakantiehuis in Frankrijk, dat ze nog altijd - met de nodige hulp - zelf opknappen. Ook schrijven is hij graag en veel blijven doen. Hij heeft net een boek klaar over vroegere reizen naar Afrika. ‘De mogelijkheden die ik nog heb, wil ik ten volle benutten én in stand houden’, klinkt het.

Info: dienst fysische geneeskunde UZA, T 03 821 31 96, Universitair revalidatiecentrum voor communicatiestoornissen, T 03 821 34 04

Bron: maguza.be