Medisch speurwerk

Als referentiecentrum kan de dienst allergologie van het UZA meer diagnostische tests aanbieden dan een niet-gespecialiseerd centrum. De belangrijkste pijlers bij de allergiediagnose zijn:

  • Verhaal van de patiënt. De belangrijkste informatiebron. Soms is er aardig wat speurwerk nodig en kan een dagboek nuttig zijn.
  • Huidtests. Via huidkrasjes wordt de patiënt in contact gebracht met het allergeen.
  • Klassieke bloedtests. Het bloed wordt in aanraking gebracht met het allergeen. Grof gesteld is er sprake van een allergie als er zich antilichamen op het allergeen vasthechten of als er specifieke allergie-antistoffen aanwezig zijn.
  • Basofielenactivatietest. Gespecialiseerde bloedtest waarbij de reactie van levende bloedcellen op het allergeen in een proefbuis wordt geanalyseerd. Die test vergt een specifieke bloedafname en kan alleen in gespecialiseerde centra zoals het UZA.
  • Componentgeoriënteerde diagnostiek. Bloedtest waarbij de reactie op een specifiek bouwsteentje van het allergeen wordt nagegaan. Dat geeft vaak informatie over de ernst van de allergie of de kans dat ze spontaan overgaat. Het UZA en de UA beschikken over een techniek die op 112 bouwsteentjes tegelijk test.
  • Provocatietest. In specifieke situaties wordt de patiënt direct blootgesteld aan een stof, bijvoorbeeld door hem bepaalde voeding te laten eten. Dat gebeurt strikt gecontroleerd in een speciaal daarvoor ingericht dagziekenhuis.

 Info: Dienst immunologie, allergologie en reumatologie UZA, T 03 821 32 99.

Bron: maguza.be