Maculadegeneratie

Wat?

Bij maculadegeneratie wordt, zoals de naam het zegt, de macula of gele vlek aangetast. De macula bevindt zich centraal in ons netvlies en is verantwoordelijk voor het waarnemen van details. PatiŽnten met maculadegeneratie boeten geleidelijk in aan gezichtsscherpte, tot in het midden van het beeld enkel nog een donkere vlek achterblijft.

Nieuwe medicatie tegen groei bloedvaatjes

Veruit de meest voorkomende vorm is leeftijdsgebonden maculadegeneratie, die meestal begint na de vijftig.
'In de meerderheid van de gevallen verdwijnen stilaan de cellen in de macula, met geleidelijk gezichtsverlies tot gevolg. Bij een andere groep - zo'n twintig procent van de patiŽnten - ontstaat een groei van abnormale bloedvaatjes onder de gele vlek. Deze tasten het zicht snel en heel sterk aan. Enkele jaren geleden werden medicijnen ontwikkeld die het proces van abnormale bloedvatvorming aan banden leggen', zegt Smets.
Het geneesmiddel wordt toegediend in de vorm van inspuitingen in het oog. Bij het merendeel van de patiŽnten stabiliseert hierna het gezichtsvermogen. Een minderheid ziet zijn gezichtsscherpte zelfs toenemen.
'Er zijn complicaties mogelijk zoals infecties, een bloeding, een netvliesscheur of netvliesloslating, maar dat risico is erg klein. Een nadeel is dat de inspuitingen om de vier tot zes weken herhaald moeten worden, en dat gedurende een of twee jaar. Er wordt volop gezocht naar een middel dat minder vaak of op een eenvoudiger manier kan worden toegediend', vervolgt Smets.

Meer inzicht in preventie

Ook rond preventie is vandaag meer geweten. Risicofactoren voor leeftijdsgebonden maculadegeneratie zijn - behalve toenemende leeftijd - het voorkomen van de aandoening in de familie en een lichte iriskleur, wat op een genetische voorbeschikking wijst. Maar ook roken, een te hoge bloeddruk, een teveel aan slechte vetten in het bloed en hart- en vaataandoeningen verhogen het risico. Beschermend is dan weer een gezonde voeding met weinig verzadigde vetten, veel vette vis en voldoende luteÔnerijke producten, onder meer aanwezig in eieren en spinazie.
Hoogrisicogroepen kunnen eventueel in overleg met de huisarts voedingssupplementen nemen. Ook de ogen afschermen van zonlicht, met bijvoorbeeld een zonnebril of hoed, zou het risico kunnen verkleinen.

Nieuwe pistes

Ten slotte gebeurt veel onderzoek naar de genetische achtergrond van de ziekte, vooral van de vormen die op jonge leeftijd optreden. Op dat vlak is er nog een lange weg te gaan.
Gentherapie is nog lang niet aan de orde. Ook het inplanten van een kunstmatig netvlies bevindt zich nog in een experimenteel stadium.

Bron: maguza.be