Isabel beviel na 27 weken van haar tweeling: 'Ik wilde ze zo graag nog wat langer bij mij houden'

Het was flink schrikken toen Isabels tweeling al na 27 weken zwangerschap werd geboren, maar vandaag doen ze het prima. ‘Als ze tegen ons aan lagen, zag je hun zuurstofwaarde op de monitor stijgen.’

Isabel is intussen thuis, maar de voorbije acht weken was ze elke dag op de afdeling neonatologie te vinden, aan de zijde van haar zoontjes Noah en Oscar. Dat de geboorte van de eeneiige tweeling zich al na 27 weken en drie dagen zou aankondigen, na een tot dan toe goed verlopen zwangerschap, hadden zij en haar man niet zien aankomen.

‘Ik werd die dag wakker met menstruatie-achtige buikpijn die elk kwartier piekte: dat konden alleen maar weeën zijn. We zijn snel naar het UZA gereden, waar ik meteen aan de weeënremmers werd gelegd. Ik kreeg ook medicatie om de longrijping bij mijn kindjes te bevorderen. Die behandeling heeft 48 uur nodig voor een optimaal effect’, vertelt Isabel. 

Emotionele rollercoaster

Een rollercoaster van emoties volgde. ‘Ik was bang en bezorgd. De neonatoloog had verteld over mogelijke complicaties bij kindjes die zo vroeg worden geboren. Alles in mij verzette zich tegen de bevalling. Ik wilde zo graag die 48 uur nog halen. Dat mijn vliezen nog niet gebroken waren, gaf me een sprankeltje hoop’, blikt Isabel terug. Maar de natuur besliste er anders over: de weeën werden alleen maar heftiger en ook een epidurale verdoving, die soms de arbeid afremt, had niet het verhoopte effect.

Isabel: ‘Nadat we de hele dag alles hadden gedaan om de weeën te stoppen, werd opeens het roer omgegooid en kreeg ik weeën-opwekkers. Bij zulke fragiele kindjes wil je immers geen lange arbeid. Emotioneel was dat een bruuske omschakeling. Gelukkig waren de gynaecoloog en de vroedvrouwen heel begripvol en zorgzaam. Hun bemoedigende woorden en meelevende blikken betekenden veel.’

Rond half tien was het moment van de bevalling aangebroken. ‘Opeens stond er een legertje zorgverleners in de kamer, en ook de neonatologen stonden al klaar voor de eerste opvang.’ Iets na tien uur werden Noah en Oscar geboren. ‘Ik had me ingesteld op kindjes met een doorzichtig velletje, maar ze waren mooi rozig en hadden verrassend veel haar (lacht). En ze wogen meer dan één kilo, niet slecht voor prematuurtjes van die leeftijd.’ Maar het belangrijkste was dat ze het goed deden. Ze hoefden niet aan de beademing, maar kregen wel een CPAP-maskertje, dat lucht met extra zuurstof onder verhoogde druk in hun nog onrijpe longetjes blies.

 Waar blijft dat moedergevoel?

Het duurde tot 4 uur ’s nachts voor de kleintjes goed en wel in de couveuse waren geïnstalleerd en Isabel en haar man bij hen mochten. ‘Het was raar om hen daar te zien liggen met hun maskertje, maagsonde en een buisje in hun navel. Maar we mochten onze handen door de zijluikjes van de couveuse steken en die voorzichtig op hen leggen’, herinnert Isabel zich. ‘Vooraf had ik mij voorgesteld dat ik me onmiddellijk enorm met hen verbonden zou voelen, maar dat moedergevoel was er niet meteen. Die eerste uren maakte ik me daar zorgen over. Maar toen we de dag erna met hen mochten kangoeroeën en ik de kleintjes op mijn huid voelde, groeide dat gevoel alsnog.’

De kindjes kregen vanaf de eerste dag afgekolfde moedermelk via hun maagsonde. Isabel en haar man werden sterk bij de verzorging betrokken. Zo mochten ze zelf de luiers verversen en de temperatuur meten. ‘De verpleegkundigen pakten dat behoedzaam aan: ze deden alles voor en vroegen dan of wij het zagen zitten om het zelf te doen. Het team gaat niet alleen met de baby’s, maar ook met de ouders heel zachtaardig om.’ 

Confronterend

Al na een paar dagen kwamen de psychologe en de sociaal werker langs. Wat Isabel ook belangrijk vond: het team communiceerde altijd duidelijk. Zoals die keer dat de jongens geen CPAP-maskertje meer op hoefden, maar de verpleegkundige hen waarschuwde dat dat altijd kon worden teruggedraaid. Isabel: ‘Toen dat met Oscar inderdaad het geval was, kwam dat even aan. Het voelde als een terugval. Ook toen we een week onze kamer deelden met een ander kindje dat na 32 weken geboren was, was dat confronterend. Dat baby’tje had veel minder zorgen nodig. Dan denk je, waarom konden onze jongens niet wat langer in mijn buik blijven?’

Intussen zijn Noah en Oscar 36 weken en gaat het heel goed. Ze hebben nog maar minimale ondersteuning nodig bij hun ademhaling. Isabel is voorzichtig met borstvoeding gestart. Het dagelijkse kangoeroemoment is heilig. ‘Mijn man, die zelfstandige is, onderbreekt daar elke namiddag zijn werk voor. We koesteren die momenten en het is ook erg goed voor de ontwikkeling van onze kindjes. Als ze op onze borst lagen, zagen we hun zuurstofwaarden op de monitor stijgen tot soms wel 100 procent.’

Ze kijkt dankbaar terug op de voorbije weken. ‘De aanpak op de afdeling is tegelijk heel professioneel en menselijk. De zorgverleners weten hoe zwaar de ouders het hebben en vragen geregeld hoe het gaat.’ Het moment dat ze naar huis mochten, brak eindelijk aan. Of ze de toekomst met vertrouwen tegemoet ziet? ‘Tot nog toe verloopt de motorische en neurologische ontwikkeling van onze zoontjes normaal. We moeten natuurlijk afwachten wat de toekomst brengt. Maar is dat niet bij alle kindjes zo?’ 

 

Bron: maguza.be