Genetische kennis neemt snel toe

De genetische puzzel rond de ziekte van Alzheimer is nog lang niet compleet, maar er worden almaar meer stukjes gevonden. ‘Binnen een tweetal jaar zullen we wellicht 65 % van iemands genetische risico op ouderdomsdementie kunnen bepalen’, zegt moleculair genetica prof. dr. Christine Van Broeckhoven.

Christine Van Broeckhoven is departementsdirecteur van het Departement voor Moleculaire Genetica van het VIB (vroeger Vlaams Instituut voor Biotechnologie), verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Met haar baanbrekende genetisch onderzoek naar geheugenziekten kreeg ze internationale erkenning.

Twee genetische vormen

De afgelopen twintig jaar gaf de ziekte van Alzheimer heel wat genetische geheimen prijs. Er zijn nu drie causale genen voor de ziekte bekend. Dat wil zeggen dat wie een fout in een van die genen draagt, de ziekte bijna zeker krijgt. Het gaat in die gevallen om erfelijke vormen waarvan de symptomen op jongere leeftijd, tussen 30 en 60 jaar, hun intrede doen. Daarom wordt vandaag alleen bij patiënten met jongdementie op de aanwezigheid van erfelijke fouten getest.

‘Maar de grote meerderheid van de dementiepatiënten is ouder dan 65’, zegt Van Broeckhoven. ‘Ook over ouderdomsdementie is genetisch al meer geweten. In dit geval spreken we echter van een genetisch risicoprofiel. Dat wil zeggen dat wie een bepaalde combinatie van genetische risicovarianten draagt, meer kans heeft om de ziekte te krijgen. Daarnaast spelen er ook omgevingsfactoren mee. Dat samenspel van genetische en omgevingsfactoren is nog onvoldoende gekend.’

Dubbel zo veel patiënten over twintig jaar

Vorig jaar werden drie bijkomende genetische risicofactoren voor alzheimerdementie ontdekt, via een internationale studie waaraan de onderzoeksgroep van Van Broeckhoven deelnam. Daarmee is nu naar schatting 35 % van het genetische risico gekend. Die kennis zal ongetwijfeld bijdragen tot meer inzicht in de oorzaken van de ziekte en later tot vroegtijdige opsporing van ouderen met een hoog risico. ‘Maar dat laatste heeft uiteraard alleen maar nut zodra preventieve of vroege behandeling van de ziekte mogelijk is’, onderstreept Van Broeckhoven.

Van Broeckhoven hamert in dat kader op het belang van klinisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. ‘Nu al telt België 165.000 personen met dementie, en over twintig jaar zijn dat er naar schatting dubbel zo veel. Als we onze maatschappij ook voor ouderen leefbaar willen houden, moeten we heel dringend meer investeren in het onderzoek naar dementie en andere neurologische hersenziekten.’

Info: vragen.informatie@molgen.vib-ua.be

Bron: maguza.be