Donor gezocht

Een tekort aan donororganen blijft de zwakke schakel in de transplantatiegeneeskunde. Nieuwe vormen van donatie – van levende donatie tot donatie na hartstilstand – moeten daar verandering in brengen.

In België overlijden jaarlijks zo'n 110 patiënten terwijl ze wachten op een donororgaan. Op de wachtlijst voor levertransplantatie sterft zelfs meer dan één op vier. Nochtans heeft België een gunstige donorwetgeving: iedereen die bij leven geen verzet heeft aangetekend, is na zijn dood automatisch donor. 'In de praktijk worden bij een mogelijke donatie echter altijd de familieleden geraadpleegd', zegt transplantatiecoördinator Walter Van Donink. ‘Als de overledene zich bij leven als vrijwillige donor heeft laten registreren, mogen zij zich in principe niet verzetten. Dan nog echter respecteren artsen de gevoelens van de nabestaanden. Daarom is het vooral belangrijk om vooraf met je familie over donatie te praten. Als de nabestaanden de wens van de overledene kennen, stemmen ze zo goed als altijd in.'

Het aantal donoren is in België niet afgenomen, maar hun gemiddelde leeftijd is sterk gestegen. Een op drie is zestig jaar of ouder. Het aandeel donoren van veertig jaar of jonger is dan weer gezakt naar zowat een op vijf, terwijl ze in 1990 nog goed waren voor zo'n 65 %. Van Donink: 'Veel heeft te maken met de vergrijzing en de betere behandeling op intensieve zorg, waardoor er minder verkeersdoden zijn. Dat laatste juichen we uiteraard toe. Er is echter een keerzijde: de organen van oudere donoren zijn minder vaak bruikbaar.' Toch is leeftijd niet het enige criterium: de organen van een fitte zestiger zijn vaak beter dan die van een ongezonde, rokende veertiger. Transplantatiecentra hanteren dan ook niet langer een maximumleeftijd.

Een nier afstaan

Een andere evolutie is het stijgende aantal donoren in België dat bij leven een nier afstaat aan een familielid of vriend: van 10 in 2003 naar 63 in 2013, waarvan een tiental in het UZA. Opvallend is dat een nier van een levende donor tot de helft langer meegaat dan een 'gewone' nier. 'Dat komt vooral doordat alleen perfect gezonde mensen met een uitstekende nierwerking hun nier mogen afstaan. Bovendien gebeurt zo'n ingreep altijd gepland en wordt de nier onmiddellijk na wegname bij de ontvanger ingeplant. Dat kan uiteraard niet bij een gewone transplantatie: die is altijd onverwacht en de nier is vaak uren onderweg voor wij hem kunnen transplanteren', zegt nefroloog dr. Mark Helbert, die in het UZA kandidaat-donoren screent. 'Een ander groot voordeel is uiteraard dat de ontvanger niet moet wachten op een donornier en dus ook geen jaren aan de dialyse moet', zegt prof. dr. Daniel Abramowicz, diensthoofd nierziekten.

De kandidaat-donor ondergaat vooraf meerdere onderzoeken. 'Zo doen we een bloed- en weefseltest, naast diverse onderzoeken van onder meer hart en longen. Uiteraard wordt ook de werking van de nieren zorgvuldig  getest', legt transplantatiecoördinator Gerda Van Beeumen uit. Meer dan twee op drie kandidaten raakt niet door de selectie, meestal wegens gezondheidsproblemen. Helbert: 'Struikelblokken zijn vaak een te hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten of suikerziekte. Die problemen tasten op termijn ook de nieren aan. En dan zou de donor misschien zelf eindigen met een te lage nierwerking.' Er wordt ook altijd nagegaan of de donatie wel om de juiste redenen gebeurt. ‘We willen absoluut voorkomen dat iemand tegen betaling of onder druk een nier zou schenken', aldus Helbert.

Na de ingreep verblijven de donoren gemiddeld een vijftal dagen in het ziekenhuis, gevolgd door een herstelperiode van vier tot zes weken. Ze engageren zich om na de transplantatie jaarlijks op controle te blijven komen. 'Zo kunnen we eventuele nier- of andere gezondheidsproblemen vroeg ontdekken én behandelen, wat cruciaal is voor een persoon met maar één nier. De overheid wil die opvolging verplichten', zegt nefroloog prof. dr. Jean-Louis Bosmans. Uit heel wat onderzoek is overigens gebleken dat levende nierdonoren niet vaker nierproblemen krijgen dan anderen, integendeel.

Donatie na hartstilstand

Een relatief nieuwe tendens is donatie na hartstilstand, officieel Donation after Circulatory Death (DCD). 'Meestal gebruiken we organen van hersendode patiënten', legt transplantatiechirurg dr. Kathleen De Greef uit. 'In afwachting van de transplantatie worden de hartwerking en de bloedcirculatie dan kunstmatig in stand gehouden met de beademingsmachine. Het hart stopt pas met kloppen op de operatietafel. Almaar vaker worden echter ook organen weggenomen bij zogenaamde non heart beating donors. Het gaat dan om zwaar zieke patiënten die aan de beademing liggen op intensieve zorg, bijvoorbeeld na een hartinfarct of beroerte, en voor wie verder behandelen zinloos is geworden. In overleg met de familie kan dan worden beslist de behandeling te staken, waarna ze overlijden. Meteen na hun dood worden hun organen dan weggenomen.' Het hart is op dat moment niet meer geschikt voor donatie, maar de nieren, longen en lever zijn vaak wel nog bruikbaar. In zowat de helft van de gevallen is donatie mogelijk. 'Die vorm van orgaanschenking past in de trend om niet hardnekkig en zinloos te behandelen', zegt prof. dr. Dirk Ysebaert, diensthoofd transplantatiechirurgie.

Donatie na hartstilstand kan alleen als de behandeling bruusk wordt stopgezet en de patiënt binnen het half uur daarna overlijdt. Zo blijven de organen tot op het laatst voldoende doorbloed. Ook moeten de organen meteen na het overlijden worden weggenomen. 'Je begrijpt dat de familie daarvoor moet openstaan', zegt Ysebaert.

De afgelopen jaren waren er in België telkens 60 à 70 non heart beating donoren per jaar, voornamelijk in universitaire ziekenhuizen. Via een nationaal protocol worden ook andere ziekenhuizen gestimuleerd om er oog voor te hebben. Intussen vestigen transplantatiecentra hun hoop op een nieuwe techniek die deze vorm van donatie een enorme boost zou kunnen geven. Ysebaert: 'Met behulp van een perfusiemachine kunnen we organen buiten het lichaam een tijd lang bevloeien, waardoor hun kwaliteit sterk verbetert. Wellicht zouden we zo alle organen van na hartstilstand overleden donoren kunnen benutten. Voor niertransplantatie is dat al een algemeen aanvaarde techniek. Helaas gaat het om een peperdure behandeling en is er voorlopig geen terugbetaling.'

Info dienst hepatobiliaire, transplantatie en endocriene heelkunde UZA, T 03 821 56 60, dienst nefrologie UZA, T 03 821 34 35.

 

Transplantatie?

Bij een orgaantransplantatie krijgt de patiënt doorgaans het orgaan van een overleden donor. Soms gaat het ook om een nier of een deel van een lever van een levende donor.

Hoeveel?
Jaarlijks gebeuren in het UZA een 60-tal transplantaties van nier, lever, hart, pancreas, dunne darm en longen.

Voor wie?
Een transplantatie is een zware ingreep en daarom altijd een laatste optie. Een niertransplantatie is op dat vlak een uitzondering: zonder medische of andere bezwaren is dat de eerstekeuzebehandeling bij nierfalen in het laatste stadium. De patiënt moet voor een transplantatie fysiek nog sterk genoeg zijn en ook voldoende gemotiveerd.

Wie eerst?
Eurotransplant regelt via een complex puntensysteem de verdeling van organen in België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië, Kroatië en Hongarije.

Bron: maguza.be