Diagnose op de loopband

Klachten tijdens het lopen hebben soms te maken met een verkeerd looppatroon, al dan niet veroorzaakt door een afwijking. Een gang- en loopanalyse kan de vinger op de zere plek leggen.

De artsen van S.P.O.R.T.S. krijgen regelmatig sporters over de vloer die tijdens het lopen met pijn kampen. Dat kan voetpijn zijn, maar net zo goed rug- of knielast of een ander probleem. Soms is er reden om te vermoeden dat die klacht te maken heeft met een fout gang- en looppatroon. In dat geval is een gang- en loopanalyse zinvol.

Voor dat onderzoek komen de sporters bij podoloog Tom Geens terecht. Die bespreekt de klacht met hen en voert vervolgens een uitgebreid lichamelijk onderzoek uit, waarbij onder meer de wervelkolom, de spieren, de heupen, de knieën en de voeten nauwgezet worden nagekeken. Geens: ‘Daarna volgt de eigenlijke test op de loopband, waarbij patiënten vanuit verschillende hoeken worden gefilmd. Ze moeten al gauw een kwartier stappen en lopen, aangezien sommige problemen zich pas gaandeweg manifesteren. Ook is het belangrijk dat patiënten zowel blootvoets als met de sportschoenen aan worden gefilmd.’

Verfijning van diagnose

Nadien worden de digitale beelden nauwkeurig geanalyseerd: hoe zet de patiënt zijn voeten neer? Hoe gebruikt hij zijn spieren? Zijn zijn bewegingen mooi symmetrisch? Vaak komen een of meerdere afwijkingen aan het licht. Dat kunnen bijvoorbeeld een fout gebruik van de spieren of gewrichten, spierzwakte, een knieprobleem of een te korte achillespees zijn. In die zin is het een verfijning van de diagnose. ‘Een gang- en loopanalyse heeft zeker niet alleen betrekking op de voeten. Een hoger gelegen afwijking, bijvoorbeeld een rugprobleem of scheefstand van de heup, kan pijn aan de voeten geven en vice versa’, verduidelijkt orthopedisch chirurg dr. Saskia Van Bouwel.

En de behandeling? Bij zowat een op vier patiënten volstaat advies rond de juiste schoenen of steunzolen. Een goede schoen is niet noodzakelijk een dure schoen, maar hij moet wel aangepast zijn aan de voet en het looppatroon. Andere patiënten worden doorverwezen naar een andere specialist, bijvoorbeeld een kinesitherapeut. In een kleine minderheid van de gevallen is een orthopedische operatie nodig.  Van Bouwel: ‘We werken een behandeling op maat uit, waarbij de sportarts een coördinerende rol vervult. Die globale benadering is een grote meerwaarde.’

Meer info: S.P.O.R.T.S., T 03 821 42 02

Bron: maguza.be