De bekkenbodem als basis

Patiënten met incontinentie of constipatie hebben vaak baat bij bekkenbodemtherapie. ‘We kunnen onze bekkenbodemspieren controleren, en dus ook anders leren gebruiken’, klinkt het bij de bekkenbodemtherapeuten.

Weinig lijkt zo banaal als het dagelijkse toiletbezoek. Toch ondervinden kinesisten Joëlle Roenen, Tinne Van Aggelpoel en prof. dr. Alexandra Vermandel dag na dag hoe ingebakken verkeerde gewoontes veel problemen teweegbrengen. Alle drie zijn ze gespecialiseerde bekkenbodemtherapeuten. Door patiënten bewust te maken van hun bekkenbodem en hen te leren er beter mee om te gaan, verhelpen én voorkomen ze veel leed.

‘Een dankbaar publiek zijn patiënten met functionele constipatie: dat is constipatie die het gevolg is van een fout gebruik van de bekkenbodem en verkeerde gewoontes, bijvoorbeeld je stoelgang te lang ophouden. 50 tot 80 % ondervindt met bekkenbodemtherapie aanzienlijke verbetering of volledige genezing’, zegt Vermandel. Roenen: ‘We kunnen onze bekkenbodemspieren controleren. Patiënten kunnen we dus leren om op de juiste manier stoelgang te maken, zonder overmatig te persen. Velen moeten ook leren om opnieuw voeling te krijgen met hun endeldarm. Gevoel voor stoelgang, of anders gezegd weten wanneer je stoelgang moet maken, is goud waard.’

Wat loopt er fout?

Ook bij incontinentie kunnen ze vaak hulp bieden, al is het succes dan afhankelijk van de toestand van de bekkenbodem. Vermandel: ‘Bij urinaire inspanningsincontinentie, urineverlies bij bijvoorbeeld hoesten of niezen, is bekkenbodemtherapie de standaardbehandeling. Bij 56 tot 70 % geeft dat minstens een verbetering. Ook bij ongewild stoelgangverlies kunnen we patiënten leren om hun bekkenbodemspieren te versterken of ze op de juiste manier te gebruiken.’

Ook na een operatie volgen patiënten bijna altijd bekkenbodemtherapie, om hun spieren opnieuw goed te leren gebruiken. ‘Als een patiënt een verzakking heeft gekregen door jarenlang hard te persen, moet hij na de ingreep leren om het anders te doen. Zoniet keert het probleem gewoon terug’, aldus Vermandel. Mensen moeten begrijpen wat er precies fout loopt of fout is gelopen. Het team steekt dan ook veel energie in uitleggen, herhalen en motiveren. Ook advies rond voeding, beweging, medicatie of laxeermiddelen en eventueel overgewicht komt aan bod.

Taboes doorbreken

Ondersteunende apparatuur geeft patiënten een zetje in de rug. De bekkenbodemspieren beter en bewuster leren gebruiken kan met behulp van biofeedback: de activiteit van de bekkenbodemspieren wordt dan op een scherm weergegeven. Elektrostimulatie, waarbij de zenuwen van de bekkenbodemspieren worden gestimuleerd met elektrische prikkels, helpt om bepaalde spieren beter te voelen en te kunnen samentrekken. Verder is er sensibiliteitstraining, waarbij patiënten met behulp van een ingebracht ballonnetje weer voeling met hun endeldarm leren krijgen.
 
Het bekkenbodemteam is dagelijks bezig met het doorbreken van taboes. Vermandel: ‘Zeker incontinentie ligt ontzettend gevoelig. Als mensen eenmaal over hun probleem durven praten, blijkt er echter vaak een oplossing te bestaan.’ ‘Uitleg kan voor de patiënt al enorm geruststellend zijn. Zo weten weinigen dat stoelgangincontinentie het gevolg kan zijn van constipatie, en dat het dan relatief gemakkelijk te verhelpen is’, vult Roenen aan.

De sterkte van de bekkenbodemkliniek is de multidisciplinaire samenwerking, onderstreept Vermandel. ‘Problemen worden gezamenlijk bekeken. Als bijvoorbeeld een patiënte met stoelgangincontinentie regelmatig urineweginfecties heeft, dan nemen wij dat op in het medische dossier.’

Concreet komen de meeste patiënten vijf tot negen keer langs. De sessies worden bijna volledig terugbetaald. Daarna is het aan de patiënt om de nieuwe gewoontes in ere te houden. Wie kampt met een zwakke bekkenbodem, moet daar blijvend aan werken. ‘Eens de bekkenbodem hersteld is, volstaat het echter om vijf minuten per dag te oefenen en het gebruik van de bekkenbodemspieren zo snel mogelijk in het dagelijks leven te integreren’, geeft Vermandel nog mee.

Info: Klein Bekken Kliniek UZA (coördinator prof. dr. Alexandra Vermandel), T 03 821 46 99, dienst abdominale heelkunde, T 03 821 33 30, dienst gastro-enterologie, T 03 821 33 23, dienst urologie, T 03 821 33 68.

Bron: maguza.be