Astma: in ademnood

In België lijden naar schatting een half miljoen mensen aan astma. In tegenstelling tot chronisch obstructief longlijden (COPD), waar nog eens 6 à 700.000 rokers het slachtoffer van zijn, hoeft astma, mits een correcte behandeling en nauwkeurige opvolging, geen levenslang probleem te zijn. Een gesprek met prof. dr. Wilfried De Backer, diensthoofd pneumologie, over de soms moeilijke diagnose en de steeds effectievere behandeling van astma.

Wat is astma?
Hoewel astma vaak als allergie bestempeld wordt, is niet elke astmapatiënt allergisch. De symptomen en behandeling zijn gelijk maar allergische astma wordt veroorzaakt door allergenen zoals pollen, de huisstofmijt of huisdieren. De oorzaak bij niet-allergische patiënten is nog niet goed gekend. Astma is een omkeerbare, herstelbare vernauwing van de luchtwegen die met tussenpauzen voorkomt en veroorzaakt wordt door een blijvende ontsteking in de wand van de luchtwegen. De symptomen, die zich vooral ‘s morgens manifesteren, zijn hoesten en een voorbijgaand kortademig en beklemd gevoel. Deze symptomen kunnen heel acuut optreden en dan weer voor een periode verdwijnen. Zoals de meeste allergieën is ook allergische astma genetisch bepaald. Of de allergische reactie astma uitlokt, hangt ervan af hoe overprikkelbaar de longen zijn.

Diagnose
Een objectieve en snelle diagnose van astma is cruciaal. Een langdurige onderbehandeling kan de longen dermate beschadigen dat de aandoening onomkeerbaar wordt. In 2005 werd de terugbetaling van medicatie en inhalatietherapie gekoppeld aan een objectieve diagnose. Een grote stap voorwaarts volgens prof. dr. De Backer: ‘Een vernauwing van de luchtwegen kan je en moet je objectief meten. Iedereen kan na een infectie wel eens hoesten of door een slechte conditie kortademig zijn. Soms is er ook effectief een luchtwegvernauwing zoals bij COPD-patiënten door langdurig roken. Een manier om zekerheid te krijgen is het meten van de piekstroom of de maximale luchtstroom die iemand bij het uitademen kan produceren. Wanneer die piekstroom in een paar weken tijd belangrijke schommelingen vertoont, wijst dit op bronchiaal astma. Een andere methode is de spirometrie die luchtwegobstructie meet. Wanneer de luchtweg verwijdt na medicatie, ben je zeker dat het gaat om astma. Bij COPD-patiënten zal de piekstroom niet schommelen omdat de vernauwing zich geleidelijk aan opbouwt en niet omkeerbaar is. Leeftijd kan helpen bij het stellen van de diagnose omdat de eerste piek van astmapatiënten vooral kinderen en jongvolwassenen zijn waar COPD uitgesloten is. Bij de tweede astmapiek, rond 40-50 jaar, zijn beide scenario’s mogelijk als de patiënt rookt of gerookt heeft. In dat geval stellen we vast dat 10 à 20 % lijdt aan astma en niet COPD.’

Behandeling
Het eerste advies bij de behandeling van allergische astma is contact met het allergeen te vermijden. Een correcte medicamenteuze behandeling en opvolging is de tweede pijler. ‘De basis van de medicatie is inhaleren’, aldus De Backer. ‘Via die methode dienen we een combinatie van twee geneesmiddelen toe. Het ene verwijdt de luchtwegen, het andere onderdrukt het ontstekingsproces. Afhankelijk van de ernst van het astma, werken we volgens een step-up step-down schema waarbij we de dosis en het soort geneesmiddel continu aanpassen aan de toestand van de patiënt. We volgen de behandeling op de voet via piekstroommeting. Het ultieme doel is geen klachten, een stabiele piekstroom, geen ziekenhuisopnames en zo weinig mogelijk toedienen van luchtverwijdende geneesmiddelen die bij aanvallen gebruikt worden. Wanneer het goed gaat, mag je de behandeling niet te snel afbouwen want bij onderdosering verdwijnt het ontstekingsproces nooit helemaal.’

Momenteel zijn er drie verschillende inhalatiemethoden: doseeraërosols of pufs, poederinhalatoren en nebulisatie. Elke methode heeft zo zijn voor- en nadelen. Doseeraërosols geven het product gedoseerd vrij via drijfgas. Sommigen hebben problemen met het coördineren van het drukken op de puf en het inademen waardoor het product vaak neerslaat in de mond. Een verlengstuk kan de snelheid van de partikels vertragen waardoor neerslag in de mond wordt voorkomen. Bij het gebruik van ontstekingsremmende producten, die diep in de luchtwegen moeten doordringen, is een verlengstuk steeds aangewezen. Poederinhalatoren stellen geen coördinatieprobleem, maar je moet het poeder via de mond met de nodige kracht kunnen inzuigen. Voor kinderen en ouderen is dat soms moeilijk.
Nebulisatie of het inademen van damp gebeurt alleen in een ziekenhuis maar is duur en niet zo efficiënt. Deze methode wordt enkel toegepast in acute situaties bij patiënten die niet goed kunnen inhaleren.

Worden we allergischer?

We kunnen niet om de cijfers heen. Vandaag hebben heel wat meer mensen last van allergieën dan pakweg 20 jaar geleden. Luchtvervuiling wordt vaak als oorzaak aangehaald maar is dat zo? ‘Het is een feit dat het inademen van vervuilende stoffen zoals stikstofoxydes en zwaveldyoxides het onstekingsproces in de luchtwegen stimuleert’, geeft De Backer toe. ‘Door verbranding van fossiele brandstoffen, vooral van diesel, komen uiterst kleine deeltjes vrij die tot diep in de luchtwegen doordringen. Of het ook astma kan veroorzaken is nog niet bewezen maar het verergert wel het ontstekingsproces. Uit een studie die we met het departement epidemiologie voerden, blijkt dat mensen in steden of vervuilde zones meer aan astma lijden. Er is zeker een verband met de uitlaatgassen maar ook de gesloten behuizing en bijgevolg de blootstelling aan huiselijke allergenen kan daarin een rol spelen.’
Een andere mogelijke oorzaak voor de toename van allergieën is onze hygiëne. Een kind wordt geboren met de neiging allergisch te worden. ‘Het immuunsysteem van een zwangere vrouw wijzigt om de bevruchte eicel toe te laten in de baarmoeder’, verklaart prof. dr. Stevens. ‘Dat gewijzigde immuunsysteem ontwikkelt stoffen die iemand aanleg geven om allergisch te reageren. Na de geboorte zal het kind die neiging geleidelijk aan verliezen door banale infecties of contact met vreemde stoffen. We maken dat contact steeds minder mogelijk door hygiënische maatregelen, antibiotica en vaccinaties. Ook onze gezinnen zijn kleiner dan vroeger en daardoor is de kans kleiner dat het ene kind ziektes op het andere overdraagt. We stellen ook vast dat de laatste 20 jaar de overgevoeligheid aan boompollen is toegenomen maar een verklaring is nog niet voorhanden.’

Bron: maguza.be