Allergie tijdens narcose: zoeken naar boosdoener

Elk jaar krijgen zo’n 75 tot 100 Belgen een allergische reactie tijdens een algemene verdoving. Dat is niet alleen gevaarlijk, de oorzaak moet ook snel worden gevonden om de operatie alsnog mogelijk te maken. De dienst allergologie van het UZA is tot over de grenzen gekend om zijn expertise op dat vlak.

Een allergische reactie tijdens een narcose kan veel oorzaken hebben. Soms is ze een gevolg van de toegediende medicatie, maar er kunnen ook andere allergenen in het spel zijn, zoals ontsmettingsmiddel, latex in operatiehandschoenen of kleur- en contrastmiddelen. Omdat het allergeen meestal rechtstreeks in contact komt met de bloedbaan, reageren veel patiënten erg heftig, vaak binnen de vijf minuten. De meesten krijgen ernstige ademhalingsproblemen en vertonen een dramatische daling van de bloeddruk.

Eens de reactie bedwongen is, is dat niet het einde van het verhaal. ‘Je moet snel de oorzaak van de allergische reactie zien te achterhalen’, zegt prof. dr. Didier Ebo, adjunct-diensthoofd immunologie. ‘Zo niet is een tweede operatie niet mogelijk en dat kan een groot probleem zijn. Denk maar aan kanker- of overbruggingsoperaties.’

Aankloppen bij ziekenhuizen

Ebo en zijn team begonnen ruim tien jaar geleden systematisch alle allergische reacties tijdens algemene verdoving in kaart te brengen, zowel die in het eigen operatiekwartier als die in andere centra. Daarvoor gingen ze aankloppen bij zowat alle Vlaamse ziekenhuizen. ‘Momenteel hebben we zo’n 600 casussen beschreven. Daarmee zijn we het centrum met de meeste expertise op dit vlak’, aldus Ebo. Concreet wordt van elke patiënt de anesthesiefiche geanalyseerd en wordt hij of zij getest op alle mogelijke allergieën die aan de basis van het incident kunnen liggen. ‘Bij ongeveer drie op vier vinden we een oorzaak. Was er sprake van een heftige reactie, dan loopt dat percentage op tot bijna 90 %’, zegt Ebo.

De meest voorkomende oorzaken van allergische reacties tijdens een algemene verdoving zijn spierontspannende medicatie, latex, antibiotica en het ontsmettingsmiddel chloorhexidine. ‘We zijn overigens tot de conclusie gekomen dat ook patiënten met een milde reactie absoluut moeten worden getest’, onderstreept Ebo. ‘Bij een groot aantal vinden we namelijk ook een allergie. Dat betekent dat ze bij een tweede contact met dat product veel heftiger symptomen kunnen krijgen. Ook dubbele allergieën zijn niet zeldzaam.’

Vaag verhaal

Eenmaal de oorzaak van de reactie achterhaald, kan de dienst bijna altijd een alternatief geneesmiddel of product voorstellen, zodat de patiënt alsnog kan worden geopereerd. De patiënten in kwestie krijgen een allergiekaart mee die ze het best altijd op zak dragen. Daarop is vermeld voor welk product ze allergisch zijn en welk alternatief geschikt is.

Voor de dienst zelf opent de systematische analyse van die allergische reacties unieke mogelijkheden. ‘Een allergie voor geneesmiddelen is normaal niet gemakkelijk op te sporen’, legt Ebo uit. ‘Vaak moet je je baseren op een vaag verhaal over een eenmalige allergische reactie, in het slechtste geval jaren geleden. In dit geval beschik je over heel precieze gegevens: de anesthesist weet perfect op welk tijdstip hij welk product heeft toegediend en wat de gevolgen waren. Dat levert ons heel nuttige informatie op, waarop we kunnen bouwen voor de ontwikkeling van nieuwe allergietests.’

Het UZA en het laboratorium immunologie van de UA zijn met de jaren uitgegroeid tot een referentiecentrum in deze materie. Ze krijgen regelmatig patiënten doorverwezen vanuit Nederland en Wallonië.

Info: Dienst immunologie, allergologie en reumatologie UZA, T 03 821 32 99.

Bron: maguza.be