Allergie bij kinderen: vaak te late diagnose

Ouders willen het beste voor hun kindje maar soms willen de beste zorgen niet helpen. Sommige baby’s en peuters lijken er niet van af te komen: een te droge huid, diarree, hoesten of piepen. Ook wanneer de behandelende arts een allergische neiging vermoedt, is de boodschap nog te vaak dat het te vroeg is voor een diagnose. Nochtans is dat belangrijk om het kind beter te leren kennen en kritisch op te volgen. Een gesprek met dr. Margo Hagendorens, kinderarts in het UZA.

Eerste levensjaren zijn cruciaal
Allergieën kennen een natuurlijke levensloop. De allerkleinsten hebben meestal last van eczeem of voedselallergie maar er kan al een overgevoeligheid bestaan voor huisstofmijt en huisdieren. Wanneer kinderen wat ouder worden kan de allergie zich uiten als astma of nog later rinitis. Alles is mogelijk, in combinatie of afzonderlijk, maar een uitgetekend patroon is er niet. Daarom is kritisch opvolgen de boodschap. ‘De eerste levensjaren van een kind zijn cruciaal omdat er in die periode een “stempel” wordt gezet die bepaalt welke allergieën het kind later kan ontwikkelen’, stelt dr. Margo Hagendorens. ‘Een vroege diagnostiek is mogelijk en belangrijk. Vaak is dat nog een misverstand, zowel bij ouders, huisartsen als specialisten. Er staat geen minimumleeftijd op het uitvoeren van allergietesten. Negatieve testen kunnen evolueren naar positieve. Allergieën evolueren immers met de leeftijd van het kind en als de klachten blijven, moet men jaarlijks evalueren. Het is niet zoals met een bloedgroep die je eens en voor altijd hebt.’ Maar wanneer moet je als ouder een allergietest overwegen? ‘Wanneer het kind aanslepend klachten heeft die kunnen passen bij een allergie zoals voortdurend verkouden zijn, een aanslepende hoest of piepen, eczeem, gewichtsverlies door diarree, dan is het mogelijk dat allergie in het spel is’, antwoordt Hagendorens. ‘Een vroege diagnose leert je veel over de constitutie van het kind en maakt het mogelijk om preventief te handelen. Als het kind een allergie voor eieren heeft, moet je eieren vermijden. Wanneer een kind eczeem heeft, krijgt het later misschien astma of chronische neusloop. Die kennis kan je gebruiken om het kind beter op te volgen en raad te vragen bij de arts wanneer nieuwe symptomen opduiken.’

Juiste diagnose
Soms gebeurt het dat kinderen met een allergische aandoening verkeerd behandeld worden omdat de arts ervan uitgaat dat het om een infectie gaat. ‘Het foute parcours waarin kinderen dan soms terechtkomen, is een antibioticumtherapie of het toegediend krijgen van verkeerde medicatie’, aldus Hagendorens. ‘Een belangrijk symptoom van chronische neusklachten bijvoorbeeld is hoesten. Het kind krijgt dan een longtherapie of hoestsiroop terwijl het gaat om een allergische neusloop waarbij een neusinhalatie op een veilige manier de oorzaak zou aanpakken. Dat betekent niet dat die therapie moet volgehouden worden wanneer de klachten verdwijnen want allergische klachten gaan vaak gepaard met de blootstelling aan het allergeen.’
De behandeling van allergieën bij kinderen loopt grotendeels gelijk met die bij volwassenen maar de dosis wordt uiteraard aangepast, het systemisch toedienen van medicatie wordt beperkt en immunotherapie is heel zelden, vrijwel nooit onder de leeftijd van 6 jaar.
Ook de technieken om de diagnose te stellen zijn gelijkaardig. ‘De huidallergologische test en de prik bij het bloedonderzoek is vervelend voor het kind maar we merken dat ouders blij zijn dat we moeite doen om naar de oorzaak te zoeken’, stelt Hagendorens vast. ‘In ervaren verpleegkundige handen is een prikje zo voorbij en een bloedonderzoek bij kinderen biedt als voordeel dat je meteen ook een basisimmuniteitstest kan doen waar kinderen alle baat bij hebben.’

Preventie
Ook al kan je niet verhinderen dat allergieën zich ontwikkelen, toch is het mogelijk een aantal preventieve maatregelen te nemen om de symptomen te onderdrukken en het kind te beschermen. ‘Eens je overgevoelig bent, kan je het niet meer ongedaan maken’, luidt het bij Hagendorens. ‘Het klopt niet dat je een kind immuun maakt tegen huisdieren door hen er vroeg in contact mee te brengen. Bovendien verschijnen de symptomen van een kattenallergie, eerst neusklachten dan astma, pas laat. Eenvoudige maatregelen zijn niet roken, sanering tegen de huisstofmijt en borstvoeding gedurende de eerste zes maanden. Hoewel er nog altijd een controverse heerst rond borstvoeding wegen de voordelen nog altijd door. Op die manier komt het kind pas later in contact met melk en eiwitten waarop het allergisch kan reageren. Hoe langer je dat uitstelt, hoe kleiner de kans dat het kind allergisch wordt. De darmen van een kind na de geboorte functioneren immers nog niet helemaal zoals het hoort en laten daardoor bepaalde stoffen makkelijker door dan op latere leeftijd.’ Tot slot, allergieën lokken de meest verschillende reacties uit, afzonderlijk of in combinatie. Daarom is het belangrijk dat ouders de arts zoveel mogelijk vertellen. Neusloop en eczeem kunnen uitingen zijn van een en dezelfde allergie. Een kind zonder huisdier kan ook bij de onthaalmoeder in contact komen met kinderen die thuis wel een kat hebben. De zoektocht is soms lang maar het loont de moeite...

Voeding vaak de grote boosdoener

Het hoeft geen betoog dat een evenwichtige voeding essentieel is voor de mens maar voor zuigelingen en kinderen die zich nog volop moeten ontwikkelen, geldt dit extra. Voor zuigelingen met (risico op) een voedselallergie is borstvoeding de beste keuze. Bij allergische kinderen is het best om gedurende de eerste 6 levensmaanden uitsluitend borstvoeding (of een aangepaste hypo-allergene zuigelingenvoeding) te geven. Pas op de leeftijd van 6 maanden wordt vaste voeding, meestal een groentepap, geïntroduceerd. ‘Wanneer ouders een allergie voor voeding bij hun kind vermoeden, is het risicovol wanneer ze op eigen houtje beslissen bepaalde voedingsbestanddelen te elimineren’, waarschuwt Nancy Pyck, kinderdiëtiste in het UZA. ‘Vaak zijn dat groenten of brood of andere basisvoedingsmiddelen. Als er zomaar van alles uit de voeding wordt weggelaten zonder een goede vervanging te voorzien, kan de voeding niet alle essentiële voedingsstoffen aanbrengen die nodig zijn voor de groei van het kind. Door deze onvolwaardige voeding kan het “allergieprobleem” bovendien nog verergeren.
Om na te gaan waarvoor een baby allergisch is, introduceren we bij de vaste voeding steeds één bepaald voedingsmiddel per keer. Het kindje moet dan gedurende drie tot vijf dagen dezelfde groente krijgen in de groentepap. Als er na drie dagen geen reactie optreedt, mag de voeding uitgebreid worden met een andere groente. Dit gebeurt altijd volgens een vast voedingsschema dat aan de ouders wordt meegegeven. Dat schema verschilt van kind tot kind, afhankelijk van de anamnese maar meestal kiezen we eerst voor worteltjes, broccoli, bloemkool of witloof. Wat we zeker vermijden zijn boontjes, tomaten of spinazie. We vragen de ouders ook vaak om nauwkeurig te noteren wat het kind eet en drinkt en welke de eventuele reacties zijn. Ook bij oudere kinderen met complexe allergieën kan zo’n voedingsdagboekje soms heel interessant zijn.’ Hoe jonger het kind, hoe makkelijker want als het kind voldoende borstvoeding of een volwaardige flesvoeding krijgt, is er minder kans op voedingstekorten. Wanneer het kind ouder wordt, wil het vooral dingen die lekker zijn. Ook op school is de verleiding soms groot om iets van andere kinderen aan te nemen. Kinderen weten zelf ook niet altijd goed wat kan en wat niet. ‘Sociaal is dat niet altijd makkelijk’, aldus Nancy Pyck, ‘want bij een verjaardagsfeestje, schoolreis, bosklas of zomerkamp, moeten wij en/of de ouders de begeleiders en de “koks” goed informeren.’

Bron: maguza.be